Column Jaap Drijftholt | Advocaat

COLUMN FEBRUARI| Standaard ontbindende voorwaarden in het nieuwe modelkoopcontract voor woningen

Krapte op de woningmarkt en hoge prijzen voor woningen, het was in 2017 veelvuldig in het nieuws. Het leidde er zelfs toe dat woningzoekers meer risico’s namen bij de aanschaf van een woning door deze te kopen zonder een financieringsvoorbehoud en/of bouwkundige keuring. Naar aanleiding van onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en gesprekken met de diverse branche- en consumentenorganisaties, kondigde de Minister op 24 januari 2018 aan dat vanaf 1 februari 2018 standaard in het modelkoopcontract zowel een voorbehoud van financiering als een voorbehoud van de bouwkundige keuring zal worden opgenomen. De Minister en de organisaties willen hiermee bereiken dat risico’s die woningkopers lopen, verkleind worden. Afwijken van deze bepalingen is nog steeds mogelijk, maar dat dient expliciet te worden weergegeven in de koopovereenkomst door de betreffende bepalingen door te halen. Bovendien zullen consumenten in de toelichting bij de standaardkoopovereenkomst gewezen worden op de risico’s van het niet opnemen van een voorbehoud.

Maar wat houdt zo’n financieringsvoorbehoud of een voorbehoud van een bouwkundige keuring eigenlijk in? In beginsel dient een getekende koopovereenkomst te worden nagekomen door zowel de verkoper als de koper. Op grond van artikel 7:2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft de koper van een woning drie dagen bedenktijd na het tekenen van de koopovereenkomst. Tijdens deze bedenktijd kan de koper afzien van de koopovereenkomst zonder opgave van redenen. Is de bedenktijd voorbij, dan dient de overeenkomst tussen partijen te worden nagekomen, tenzij partijen een voorbehoud van financiering en/of bouwkundige keuring zijn overeengekomen en deze wordt ingeroepen door de koper. Zowel het voorbehoud van financiering als de bouwkundig keuring zijn ontbindende voorwaarden om de koper te beschermen. Dit betekent dat zodra de ontbindende voorwaarde wordt vervuld, de koopovereenkomst door de koper kosteloos kan worden ontbonden.

Wanneer partijen een financieringsvoorbehoud zijn overeengekomen betekent dit dat wanneer de koper de financiering voor de aanschaf van de woning niet rond krijgt, hij de overeenkomst zonder boete kan ontbinden. Let erop dat het niet aanvragen van een financiering om toch nog onder de koopovereenkomst uit te kunnen niet voldoende zal zijn voor het inroepen van de ontbindende voorwaarde en in de koopovereenkomst veelal is opgenomen dat de koper tenminste één of meerdere afwijzingen van een bank/hypotheekverstrekker dient te overleggen aan de verkoper. Het overeenkomen van een voorbehoud van de bouwkundige keuring komt er veelal op neer dat wanneer uit de bouwkundige keuring blijkt dat de woning ernstige gebreken vertoont of als de noodzakelijke herstelkosten een afgesproken bedrag te boven gaan de koop niet doorgaat.

Risico’s van het niet overeenkomen van enig voorbehoud kunnen zijn dat de koper een boete dient te betalen om alsnog van de koopovereenkomst af te willen wanneer de financiering niet rondkomt of wanneer de woning ernstige gebreken vertoont die vallen onder de onderzoeksplicht van de koper.

Om deze risico’s te voorkomen is het dus aan te raden om zowel een financieringsvoorbehoud als een voorbehoud van een bouwkundige keuring overeen te komen wanneer u een woning koopt.

AVC Advocaten
www.avcadvocaten.nl | 020 – 210 33 70


COLUMN JANUARI| Incasso van loten voor deelname aan de Nationale Postcodeloterij voor eigen risico

Op 1 januari 2018 was het weer zover de Postcodekanjer van de Nationale Postcodeloterij (hierna: “de Postcodeloterij”) werd uitgereikt. Maar liefst 53,9 miljoen euro werd er verdeeld in het Friese plaatsje Eastermar, maar wist u dat de incasso van het deelnamegeld voor uw eigen risico is? Op 31 mei 2017 oordeelde de rechtbank Amsterdam hierover (ecli:nl:rbams:2017:3737).

Eiser in deze zaak speelde geruime tijd mee met vier loten, waarvan drie met postcode X en één met postcode Y. Tijdens de trekking van 1 januari 2016 was postcode X de winnende postcode. De hoofdprijs per lot bedroeg destijds € 1.000.000, zodat hij recht zou hebben op € 3.000.000. De Postcodeloterij is echter niet tot uitkering van het prijzengeld overgegaan, omdat eiser onvoldoende saldo op zijn bankrekening had om zijn loten te kunnen betalen. Tijdens de incassopoging van de Postcodeloterij stond op de bankrekening van eiser een saldo van € 36,59. Te weinig voor vier loten, maar wel voldoende voor het voldoen van twee loten

Tijdens de procedure vordert eiser van de Postcodeloterij betaling van € 2.000.000, aldus het prijzengeld voor twee loten. Eiser stelt dat de Postcodeloterij het deelnamegeld per afzonderlijk lot had moeten innen. De rechtbank oordeelt echter dat de incasso van het deelnamegeld plaats dient te vinden van één lot indien de deelnemer met één lot mee speelt en het totaalbedrag aan loten als met meerdere loten wordt meegespeeld. In het geval van eiser diende dus de incasso van alle vier de loten tegelijk plaats te vinden. Bovendien is de Postcodeloterij niet verplicht om na een mislukte incasso nog een poging te doen voor de incasso van het deelnamegeld.

Daarnaast stelt eiser dat de Postcodeloterij hem vooraf had moeten informeren over de datum waarop de incasso plaats zou vinden en achteraf over de mislukte incasso, zodat hij ervoor had kunnen zorgen dat er alsnog voldoende saldo op zijn bankrekening zou staan of dat hij op andere wijze had kunnen betalen. Uit het Deelnemersreglement van de Postcodeloterij volgt dat de kosten van het lot/de loten voorafgaand aan de maand waarin de trekking plaatsvindt van de rekening van de deelnemer wordt afgeschreven op grond van een door de deelnemer verleende incassomachtiging. De rechtbank oordeelt dat hieruit volgt dat het de verantwoordelijkheid is van de deelnemer om voldoende saldo op zijn rekening te hebben. Het is vervolgens de verplichting van de Postcodeloterij om over te gaan tot incasso. De Postcodeloterij had eiser niet hoeven informeren over de mislukte incasso. Dat eiser onvoldoende saldo op zijn rekening had, komt derhalve voor zijn eigen rekening en risico.

Uit deze uitspraak volgt dat betaling van het deelnamegeld aan de Postcodeloterij voor uw eigen risico komt. Het is aan de deelnemers om voldoende saldo op de bankrekening te hebben, zodat het geld voor alle loten waarmee wordt meegespeeld kan worden geïncasseerd. Mocht u deelnemen aan de Postcodeloterij, houdt hier dan rekening mee om te voorkomen dat u net als de eiser in de genoemde zaak een groot bedrag misloopt.


COLUMN DECEMBER | Een pakket aan toekomstige maatregelen voor de arbeidsmarkt

Vertrouwen in de toekomst, dat is de titel van het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte III. Naast investeringen in voorzieningen voor ons allemaal zoals defensie, politie, zorg en onderwijs, zal het nieuwe kabinet zich inzetten voor onder andere hervorming van de arbeidsmarkt. Het kabinet wil werken aan meer vaste banen. Er moet een betere balans komen tussen flexwerken en vaste contracten. Deze balans op de arbeidsmarkt wil het kabinet onder andere bereiken door een pakket aan maatregelen dat het verschil kleiner moeten maken.

Op 1 juli 2015 trad de Wet Werk en Zekerheid in werking. Ook deze wet moest de balans van de arbeidsmarkt verbeteren. Zo werd de zogeheten ketenbepaling gewijzigd, zodat werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst sneller een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zouden krijgen. Tot 1 juli 2015 was het zo dat een werknemer na drie jaar of na drie arbeidsovereenkomsten een vast dienstverband kreeg, mits de verschillende tijdelijke arbeidsovereenkomsten elkaar binnen drie maanden op hadden gevolgd. In 2015 is dit gewijzigd naar een periode van na twee jaar en is de opvolgingsperiode gewijzigd naar zes maanden. Het nieuwe kabinet wil werkgevers weer de mogelijkheid geven om pas na drie jaar werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te geven.

Bij de verlenging van voornoemde periode blijft het uitgangspunt dat de periode tussen opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet meer dan zes maanden bedraagt. Een wetswijziging in 2016 maakte het voor werkgevers van seizoensgebonden bedrijven mogelijk dat bij cao afgeweken kon worden van de vastgestelde tussenpoos en dat deze kon worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden. Het dient hierbij te gaan om functies die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden slechts gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgevoerd en die niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van negen maanden per jaar. De mogelijkheid om af te wijken van de wettelijke tussenpoos van zes maanden zal door het nieuwe kabinet worden verruimd naar ander terugkerend tijdelijk werk. Deze mogelijkheid tot afwijking zal ook bij cao bepaalt moeten worden.

Daarnaast wil het nieuwe kabinet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te sluiten met nieuwe werknemers door de proeftijd te verruimen. Indien de werkgever de nieuwe werknemer direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbiedt, zal het in de toekomst mogelijk zijn om een proeftijd van vijf maanden overeen te komen. De proeftijd voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten van twee jaar of meer zal worden verlengd naar drie maanden. Bij tijdelijke arbeidsovereenkomst voor kortere duur dan twee jaar zal de proeftijd gelijk blijven. Dat wil zeggen dat de proeftijd slechts één maand mag bedragen bij tijdelijke overeenkomst voor de periode van tenminste zeven maanden. Bij inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid is immers een proeftijdbeding bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de periode van zes maanden verboden.

Het voorgaande zijn slechts wensen en doelstellingen van het nieuwe kabinet. Het kabinet is net begonnen aan zijn termijn en het is dan ook nog afwachten wanneer en in welke vorm deze wijzigingen zullen worden doorgevoerd.


COLUMN NOVEMBER ONREDELIJK GELUIDSOVERLAST IN EEN APPARTEMENTENCOMPLEX

Buren, de meeste van u zullen deze wel hebben. Soms blijft het niet alleen bij buren links en/of rechts, maar ook boven en onder zoals in een appartementencomplex. We hebben allemaal wel wat te dulden van onze buren, maar geluidsoverlast van uw buren kan erg vervelend zijn.

Op grond van het Burgerlijk Wetboek is het mogelijk dat een gebouw in meerdere appartementsrechten is gesplitst. Splitsing van een gebouw geschiedt bij notariële akte. In de splitsingsakte is onder andere een nauwkeurige beschrijving opgenomen van de gedeelten die bestemd zijn om als privé gedeelten te worden gebruikt en een beschrijving van de gemeenschappelijke gedeelten. Daarnaast bevat de splitsingsakte een (model)reglement waarin bepalingen zijn opgenomen over onder andere het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de kosten die voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren komen.

Veelal is in het (model)reglement ook bepaald dat de eigenaren of gebruikers geen onredelijke geluidshinder mogen veroorzaken. Onredelijk geluidshinder is een subjectief begrip en de vraag is dan ook wanneer is geluidshinder onredelijk? In november 2016 heeft de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2016:9249) overwogen dat geluidshinder objectiveerbaar dient te zijn en dat objectief vastgesteld moet worden of geluidshinder onredelijk is of niet. In beginsel betekent dat, dat degene die zich op onredelijke geluidshinder beroept, bij voorkeur beschikt over een objectieve bron. Hierbij dient men te denken aan bijvoorbeeld rapporten van de politie.

Het ging in deze zaak om een appartementencomplex met veelal bewoners van 65 jaar of ouder en een gezin met twee puberende kinderen van 14 en 17 jaar. In het splitsingsreglement zijn regels opgenomen over het vermijden van geluidsoverlast. Indien deze regels worden overtreden, kan het bestuur van de Vereniging van Eigenaren (VvE) een boete opleggen. De oudere bewoners hebben meerdere malen geklaagd bij het bestuur van de VvE over het gedrag van de kinderen, zoals het draaien van harde muziek en het veroorzaken van storende geluiden bij het komen en gaan van bezoekers van het appartement. Het bestuur heeft vervolgens een boete opgelegd. Uit de stukken van deze zaak is gebleken dat de politie drie keer is ingeschakeld door leden van de VvE, maar niet is gebleken dat op grond daarvan onredelijke geluidshinder objectief is waargenomen of vastgesteld. Om deze reden is de kantonrechter in het vervolg van de procedure dan ook uitgegaan van enerzijds de klachten van de bewoners en anderzijds de interpretatie van de klachten door het gezin. Nu niet objectief is gebleken dat sprake was van onredelijke geluidshinder door het gezin, is naar het oordeel van de kantonrechter de boete onterecht opgelegd.

Uit het voorgaande kan de conclusie worden getrokken dat het een VvE aan te raden is om een goed en onderbouwd dossier op te bouwen wanneer bewoners klagen over geluidshinder of ander overlast veroorzaakt door andere bewoners. Dat dossier zal in ieder geval objectieve bronnen moeten bevatten waaruit blijkt dat sprake is geweest van onredelijke hinder, zodat het VvE bestuur met succes kan optreden tegen de veroorzaker van het onredelijke hinder en een boete kan opleggen als het splitsingsreglement in deze mogelijkheid voorziet.


COLUMN OKTOBER  DE HULPVAARDIGE BUURMAN

Het zal u maar gebeuren. U bent een paar dagen niet thuis vanwege een korte vakantie, telefonisch onbereikbaar en vanwege de hevige herfststorm is een grote tak door het raam in een kamer van uw woning beland. U bent zelf niet thuis, niet bereikbaar en kunt dus geen actie ondernemen. Door het gebroken raam is uw woning inbraakgevoelig en door regen is de kans op waterschade aanwezig. Gelukkig is daar uw goede buurman die zich over de ontstane schade ontfermt en voorkomt dat de situatie erger wordt dan het al is.

Op het moment dat uw buurman uw belangen vrijwillig willens en wetens behartigt zonder dat u daarvoor bijvoorbeeld een overeenkomst heeft gesloten of afspraken over heeft gemaakt, is sprake van zaakwaarneming in de zin van artikel 198 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De belangenbehartiging dient op redelijke grond plaats te vinden, oftewel de omstandigheden van het geval, in dit geval een gebroken ruit, moeten het ingrijpen van uw buurman rechtvaardigen.

Om de schade te beperken kan de buurman een glaszetter bellen, de ruit laten vervangen en de rekening voor u betalen. De buurman kan vervolgens de gemaakte kosten van u terugvorderen. Op grond van de wet is de buurman echter ook bevoegd om namens u een overeenkomst te sluiten. Dit betekent dat u zelf de rekening voor het vervangen van de gebroken ruit aan het glaszettersbedrijf dient te betalen. Bij de zaakwaarneming is de buurmaan ook aan een aantal verplichtingen gebonden. Zo dient hij de nodige zorg te betrachten en dient hij zaakwaarneming af te ronden als hij daar eenmaal mee begonnen is. Dit betekent dat de buurman telkens aan uw belangen dient te denken en geen maatregelen mag nemen waarvan hij weet of kan weten dat u daar niet mee in zou stemmen. Zo is het wel toegestaan dat hij de gebroken ruit laat vervangen door een zelfde soort raam, maar is het niet toegestaan om zonder uw toestemming ook de kozijnen te laten vervangen. Bovendien dient de buurman zodra dit mogelijk is u alsnog op de hoogte te brengen van eventueel gemaakte kosten voor het vervangen van de ruit.

Ondanks dat u niet om de zaakwaarneming heeft verzocht, ontstaat er een verbintenis waaruit ook voor u bepaalde verplichtingen uit voortvloeien. Zo dient u de gemaakte kosten aan uw buurman te vergoeden, mits hij uw belangen naar behoren heeft behartigd. Mocht dat nou niet zo zijn, dan heeft de buurman mogelijk geen recht op vergoeding van de gemaakte kosten. U kan er ook voor kiezen om de onbehoorlijke belangenbehartiging alsnog goed te keuren omdat uw buurman goede intenties had. In dat geval bent u ook gehouden de kosten te vergoeden.


COLUMN AUGUSTUS – SLAPEND RIJK WORDEN?

Een ongeluk zit in een klein hoekje! Door maar één cijfer van een rekeningnummer verkeerd over te nemen kan uw geld bij de verkeerde persoon terechtkomen. Daarnaast is het ook mogelijk dat u geld ontvangt dat niet voor u bedoeld is. Van wie is dit geld nu?

Indien u onverhoopt geld overmaakt naar de verkeerde rekening is het allerminst zeker of u het geld nog terugziet. Het is banken namelijk wettelijk niet toegestaan uit eigen beweging geld terug te storten. De ontvanger van het onterecht ontvangen bedrag krijgt 20 dagen om het geld terug te storten. Gebeurt dit niet, dan mag de bank wel de gegevens van de ontvanger vrijgeven zodat u juridische stappen kunt nemen om het geld terug te krijgen. Of dat vervolgens lukt is een tweede. Van een kale kip valt niks te plukken. In het volgende voorbeeld werd een minderjarige beschermd door de wet. 

In februari dit jaar boog de rechtbank Midden-Nederland zich over een geval waarbij een bedrijf per ongeluk € 3.409,64 euro had overgemaakt naar de rekening van een minderjarig meisje van destijds 14 jaar, terwijl dit bedrag bedoeld was voor een ander bedrijf. Het bedrijf heeft vervolgens een poging gedaan om het geld terug te krijgen en stortte nog eens €0,01 euro naar de rekening van het meisje met de mededeling: “dit is de juiste rekening: verkeerd ontvangen bedrag – neem contact op tel nr. – bank is ingelicht“. De vraag is nu of het meisje eigenaar is geworden van het gestorte bedrag of dat zij verplicht is het geld terug te storten.

Het uitgangspunt is dat degene die zonder reden een geldsom ontvangt in beginsel verplicht is dit bedrag terug te storten. Er is dan namelijk sprake van een onverschuldigde betaling. Oftewel, er heeft een betaling plaatsgevonden zonder dat de ontvanger daar recht op had. Bij de beoordeling van onverschuldigde betaling aan een minderjarige (of een ander volgens de wet handelingsonbekwaam persoon) is ook van belang of de minderjarige ontvanger van het geld er daadwerkelijk financieel op vooruitgaat. Een uitzondering op de verplichting tot terugbetaling dus. 

Naar het oordeel van de rechter was inderdaad sprake van onverschuldigde betaling, aangezien de betaling heeft plaatsgevonden zonder dat er recht op dat geld bestond. Desalniettemin is het meisje ‘niet beter geworden’ van de betaling, omdat zij kort daarna slachtoffer is geworden van afpersing, waarbij al het geld van haar rekening is gehaald door een onbekende derde. Deze omstandigheid brengt mee dat het meisje geen voordeel heeft kunnen halen uit de onverschuldigde betaling van het bedrijf. Dit had wel het geval geweest indien zij bijvoorbeeld met het geld was gaan winkelen of had gebruikt voor haar studie. De uitzondering op de verplichting terug te betalen deed zich hier dus voor. Een en ander heeft tot gevolg dat het bedrijf een dure fout heeft gemaakt en kan fluiten naar het geld

Om dergelijke situaties te voorkomen is mijn simpele advies: check het rekeningnummer goed voordat u geld overmaakt. En ontvangt u uit het niets een bedrag van iemand? Stort het dan direct weer terug, u heeft er namelijk geen recht op. 


COLUMN JULI -SURFEN AAN DE SPAANSE COSTA’S ALS THUIS!

Jaarlijks trekken we er in de zomer met zijn allen weer op uit om in het zonnige Spanje of Frankrijk onze zomervakantie te vieren. Naast alle vakantiespullen gaat uiteraard onze mobiele telefoon ook mee, we willen immers altijd bereikbaar zijn. Waar voorheen de telefoonrekening behoorlijk op kon lopen door de hoge kosten van mobiel gebruik in het buitenland, is dat per 15 juni 2017 veranderd.

Inwoners van de Europese Unie kunnen vanaf 15 juni 2017 in elk ander land binnen de Europese Unie tegen dezelfde kosten gebruik maken hun mobiele telefoon als in het land van herkomst. Het “Roam like home-principe” houdt in dat telecomproviders geen extra kosten meer in rekening mogen brengen voor het bellen, sms’en of internetten in het buitenland en uw abonnementsbundel ook in het buitenland geldig is. Daarnaast kunnen ook prepaid gebruikers in het buitenland tegen dezelfde kosten als thuis gebruik maken van hun telefoon. Toch zijn er ook nog valkuilen waar u rekening mee dient te houden als u op vakantie gaat.

Zo geldt de nieuwe regeling alleen in lidstaten van de Europese Unie, dus wanneer u in Zwitserland of de Verenigde Staten op vakantie bent, geldt deze regeling niet en betaalt u wel extra voor het gebruik van uw mobiele telefoon. In Noorwegen en IJsland, ook geen EU-lidstaten, geldt de regeling daarentegen weer wel. Daarnaast geldt de regeling alleen voor tijdelijk verblijf in het buitenland. Wanneer u als EU-burger permanent in het buitenland gebruik maakt van een abonnement uit een andere lidstaat, kan een telecomprovider extra kosten in rekening brengen. Telecomaanbieders mogen dan ook een beleid van “redelijk gebruik” hanteren, zodat abonnementhouders geen misbruik kunnen maken van de nieuwe regeling. In beginsel betekent dit dat telecomproviders pas weer extra kosten in rekening mogen brengen als u vier maanden lang meer mobiel verkeer in het buitenland verbruikt dan thuis. Dit zal zich tijdens de gemiddelde zomervakantie van twee tot drie weken niet zo snel voordoen.

Bovendien mogen telecomproviders een limiet stellen aan de data of het aantal belminuten dat u zonder extra kosten kan gebruiken voor het gebruik van internet of het bellen naar het thuisfront. Uw onbeperkte bel en/of internet bundel in Nederland is in het buitenland dan ook niet onbeperkt geldig. De exacte limieten zullen per telecomprovider verschillen.

Het voorgaande klinkt allemaal aantrekkelijk en tijdens de vakantie hoeven we niet meer op zoek naar een goede wifi-verbinding. Toch zou ik u adviseren om de voorwaarden van u telecomprovider eens goed te bekijken voordat u op vakantie iedere dag de lekkerste zomerhits gaat streamen of uw favoriete series kijkt. Het zou natuurlijk een domper op de vakantie zijn als u bij thuiskomst alsnog een hoge telefoonrekening heeft.


COLUMN JUNI – TUSSEN WAL EN SCHIP GERAKEN VOORWERPEN OP HET STAND

De eerste zomerse dagen hebben we al gehad. Het is dan ook weer de tijd van het jaar om vaker het strand te gaan bezoeken. U kent het wel, in de branding wandelen, zwemmen, strandtenten bezoeken of alleen genieten van de zon. Nu kan het natuurlijk voorkomen dat u tijdens uw wandeling op het stand of bij het bouwen van zandkastelen iets van waarde vindt zoals een parelketting. Mag u dat dan zomaar houden?

Voordat antwoord kan worden gegeven op deze vraag wordt er onderscheid gemaakt tussen het spontaan vinden van voorwerpen en strandjutten als hobby of sport. Strandjutten is niet het spontaan vinden van bijvoorbeeld sierraden, maar het zoeken op het strand naar aangespoelde goederen. Voor aangespoelde zaken gelden andere regels dan voor `verloren en/of achtergelaten’ goederen. Eens in de zoveel tijd komt het voor dat een vrachtschip zijn vracht geheel of ten dele verliest. Enkele jaren geleden gebeurde dit nog voor de kust van Terschelling waar een vrachtschip tijdens een storm tientallen containers verloor en deze aanspoelde. De ME werd er bij gehaald om de aangespoelde containers te bewaken. De goederen in de containers waren immers het eigendom van iemand en dat mag je dus niet zomaar mee naar huis nemen, dit zou namelijk strafbaar zijn.

Anders is het op het moment dat u spontaan iets van waarde vindt op het strand. In dat geval moet u daarvan aangifte doen bij de gemeente, tenzij u natuurlijk weet van wie dat waardevolle goed is, dan moet u de eigenaar zelf benaderen en vertellen over uw vondst. Wanneer u bij de gemeente melding heeft gemaakt van het door u gevonden voorwerp, kan de gemeente verlangen dat u het gevonden voorwerp afgeeft. Het gaat in dat geval veelal om voorwerpen als rijbewijzen, paspoorten, identiteitskaarten, verblijfsdocumenten en wapens of militaire uitrustingen. In het geval van andere voorwerpen mag u het goed zelf bewaren en waar nodig onderhouden. Heeft u melding gedaan van uw vondst  dan heeft u recht op een bewijs van aangifte en/of een bewijs van het afgeven van het goed. Heeft u een jaar geduld en is in die tussentijd het goed nog niet opgehaald door de eigenaar, dan krijgt u van de gemeente bericht dat er twaalf maanden zijn verstreken en  u  de officiële nieuwe eigenaar van het goed bent geworden. Duikt binnen dat jaar de eigenaar van het goed wel op dan heeft u recht op vergoeding van eventuele kosten die u heeft gemaakt om het gevonden voorwerp te bewaren. Wanneer u als eerlijke vinder aan uw verplichtingen heeft voldaan, kunt u aanspraak maken op een redelijk vindersloon.  Wat precies redelijk is hangt onder andere af van het goed dat u heeft gevonden. Er wordt wel gezegd dat een vergoeding gelijk aan 10% van de waarde van het gevonden goed een redelijk vindersloon is.

Ga dus vooral tijdens de mooie dagen naar het strand. Wellicht vindt u daar mooie voorwerpen en mag u zichzelf over een jaar de nieuwe eigenaar noemen, maar geniet vooral van de zomer!


COLUMN MEI – MET DE HELE BUURT AAN DE BARBECUE, OF TOCH NIET?

Wellicht organiseert u samen met de buren in de straat al jaren ieder voorjaar of zomer een buurtbarbecue met alles erop en eraan. Lekker eten en drinken, gezellige mensen en een beetje muziek om de boel af te sluiten. Het klinkt allemaal erg gezellig, maar houdt er rekening mee dat er mogelijk haken en ogen zitten aan het organiseren van een dergelijk evenement.

In veel gemeenten wordt onder een evenement verstaan “een publiek toegankelijke verrichting van vermaak”. Het gaat dan ook veelal om festiviteiten die, al dan niet gratis, voor publiek toegankelijk zijn. Het vieren van uw verjaardag in de eigen achtertuin voor een besloten gezelschap valt hier aldus niet onder. Zelfs niet als een bekende DJ op uw verjaardagsfeestje de muziek verzorgt. Een buurtbarbecue of wijkfeest is daarentegen vaak wel vrij toegankelijk voor bezoekers en vindt veelal plaats op straat of het speeltuintje van de wijk.

Voor het organiseren van een evenement op de openbare weg is in beginsel toestemming van de burgemeester van uw gemeente vereist. Dit houdt in dat u voor het houden van een evenement in principe een vergunning dient aan te vragen. Deze vergunning kan door de burgemeester worden geweigerd wanneer bijvoorbeeld wordt verwacht dat het evenement dermate geluidsoverlast zal veroorzaken waardoor omwonenden onaanvaardbaar hinder zullen ondervinden. 

Voor het organiseren van een klein evenement zal vaak geen vergunning nodig zijn wanneer het evenement voldoet aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden verschillen per gemeente en zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente. Over het algemeen is er geen vergunningplicht voor het organiseren van een buurtbarbecue of wijkfeest waar niet meer dan 100 tot 150 personen worden verwacht, dat niet meer dan één of twee straten in beslag neemt, het evenement geen belemmering vormt voor het overige verkeer en hulpdiensten en waarbij na 23:00 uur geen muziek meer wordt afgespeeld.

Voldoet uw buurtbarbecue aan de voorwaarden zoals gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente, dan heeft u geen toestemming van de burgemeester nodig. Dat de buurtbarbecue of het wijkfeest niet vergunningplichtig is, betekent echter niet dat daarmee de kous af is. Veelal dient van het organiseren van een klein evenement wel melding te worden gemaakt bij uw gemeente. De termijn voor het aanmelden van de festiviteiten zijn per gemeente verschillend en variëren tussen een aantal dagen tot een aantal weken van te voren. De exacte termijnen zijn ook weer terug te vinden in de regelgeving en het beleid van uw gemeente.

Bent u van plan om ook dit jaar weer gezellig met de buren een feestje te geven? Kijk voor de zekerheid in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente en op de gemeentelijke website om te controleren of u kunt volstaan met het slechts het melden van de buurtbarbecue bij de gemeente of dat u een evenementenvergunning dient aan te vragen. Het zou natuurlijk zonde zijn als uw jaarlijkse barbecue met de buren niet door kan gaan omdat het evenement niet voldoet aan de gestelde eisen.


COLUMN APRIL – OVERLAST VAN DE BOMEN VAN DE BUREN

Voorjaar! De bloembollen komen langzaam uit en de eerste lammetjes lopen alweer in de wei. De zon schijnt weer door de bomen in uw tuin, of toch niet? We kennen het allemaal wel, een boom die net iets te dicht op de erfgrens staat of die net iets te groot is, waardoor overhangende takken en bladeren het zonlicht in uw tuin wegnemen. Helaas zijn bomen een veel voorkomende irritatie met burenruzies tot gevolg. Maar wat zijn in deze nou eigenlijk uw rechten en plichten?

Op grond van artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek dienen bomen minimaal twee meter vanaf de erfgrens te staan, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom. Voor heggen en heesters geldt dat deze tenminste een halve meter van de erfgrens dienen te staan. Uitzonderingen zijn hierop mogelijk. Bijvoorbeeld dat de eigenaar van het aangrenzende perceel toestemming heeft gegeven voor een kleinere afstand, of dat ingevolge een gemeentelijke verordening of plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegestaan. Wanneer een boom of heg te dicht op de erfgrens is geplaatst, is de situatie van aanvang af al onrechtmatig. Vanaf dat moment kunt u uw buren vragen de onrechtmatige situatie op te heffen. De buren zijn echter pas een schadevergoeding verschuldigd voor de schade ontstaan na het tijdstip waarop zij zijn aangemaand om de onrechtmatige situatie op te heffen.

In sommige situaties kunnen hoge bomen leiden tot het onthouden van licht en kunnen daarmee hinder veroorzaken. Of deze hinder ook onrechtmatig is, is afhankelijk van de ernst en de duur daarvan en van de daardoor veroorzaakte schade in verband met de overige omstandigheden in het geval. Hierbij spelen ook de mogelijkheid en bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen een rol. Bovendien heeft men enige hinder van de buren soms te dulden.

Anders is dat met overhangende takken en bladeren. In dat geval bepaalt artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek dat indien sprake is van overhangende beplanting u deze zelf mag verwijderen, mits u eerst de buren in de gelegenheid heeft gesteld om de beplanting zelf te verwijderen. Door de aanmaning stelt u de buren niet alleen in de gelegenheid om het overhangende deel te verwijderen, maar ook om de boom in zijn geheel op verantwoorde wijze te laten snoeien. Gaan de buren niet over tot verwijdering van de overhangende beplanting, dan kunt u dit zelf doen. Hiervoor is niet vereist dat u hinder ondervindt van de overhangende beplanting. Indien u zelf over gaat tot verwijdering van de overhangende takken en bladeren, dient u wel rekening te houden met de belangen van de buren. Zo is het niet toegestaan de boom verder te snoeien dan noodzakelijk of de boom schade toe te brengen.

Heeft u last van overhangende takken en bladeren of een boom die te dicht op de erfgrens staat? Ga dan eerst het gesprek aan met uw buren, alvorens u zelf over gaat tot verwijdering van de beplanting. Zo voorkomt u mogelijk een vervelende burenruzie.


COLUMN MAART – Verkiezingen!

Dinsdag 15 maart aanstaande is het dan zover. Na ruim vier jaar mogen we met z’n allen weer naar het stemlokaal om onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer te kiezen. Nu het moment suprême nadert gaat zijn er weer de nodige debatten, talkshows en andere bijeenkomst waarin de politici zich graag laten zien. Maar wat mag u nou wel en niet precies bij het uitbrengen van uw stem?

Over het uitbrengen van een stem is het nodige opgenomen in onze wetgeving. De belangrijkste waarborgen in ons verkiezingssysteem zijn vastgelegd in de Kieswet. Deze wet bepaalt bijvoorbeeld dat Nederlandse staatsburgers van 18 jaar of ouder hun stem mogen uitbrengen. Om een eerlijke verkiezingsuitslag te waarborgen kent de Kieswet ook regels die bepalen wanneer een stem geldig is. Ongeldige stemmen worden niet meegenomen in de verkiezingsuitslag.

Een stem is geldig wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo moet de stem zijn uitgebracht op het stembiljet dat de kiezer ontvangt bij het stemlokaal. Daarnaast moet de gekozen volksvertegenwoordiger door middel van het inkleuren van een stip met rood potlood duidelijk zijn gemaakt. Doet u dit op een andere manier, bijvoorbeeld met uw eigen pen, dan is uw stem niet geldig, zelfs als het een rode pen is. Twijfelt u, streept u het ingekleurde rondje door en kleurt u een ander rondje in? Ook een dergelijk verbeterd stembiljet is niet geldig. Vraag dan een nieuw stembiljet. Dat kan eenmalig. Wilt u uw buurman, goede vriend of oude klasgenoot – inmiddels verkiesbaar voor de Tweede Kamer – de groetjes doen? Als u dit doet met uw naam eronder is uw stem ongeldig. Wat wel mag is een smiley op het stembiljet zetten indien u uw creatieve impulsen tijdens het stemmen niet in toom kunt houden.

Ben u niet in de gelegenheid om zelf te stemmen – bijvoorbeeld door ziekte of vakantie – dan kunt u een ander machtigen dit voor u te doen. Dit heet stemmen bij volmacht. De ander die u machtigt  kan de volmachtstem alleen tegelijkertijd met zijn/haar eigen stem uitbrengen en moet bovendien in de eigen gemeente worden uitgebracht. U kunt uiteraard een steminstructie meegeven bij uw volmacht. Een volmacht mag u niet meer geven in het stemlokaal zelf. U moet het identiteitsbewijs van de volmachtgever (u bent de gevolmachtigde) ook meenemen naar het stemlokaal. Dat mag ook door een fotokopie van de volmachtgever op uw smartphone te tonen. U mag maximaal twee volmachten overleggen. U kunt dus in totaal maximaal drie stemmen uitbrengen. U mag hiervoor geen vergoeding vragen. Bent u op het werk en lukt het u niet om buiten de vastgestelde werktijden om te stemmen, dan moet uw werkgever u in de gelegenheid stellen om te stemmen. Dit moet dan wel binnen twee uur kunnen.

U bent natuurlijk niet verplicht om naar het stembureau te komen (opkomstplicht) danwel u stem uit te brengen (stemplicht). Dat was overigens van 1917 tot 1970 wel het geval. Toen gold er nog een opkomstplicht. In België geldt officieel nog wel een opkomstplicht maar deze wordt niet gehandhaafd. Hoe dan ook, mijn advies is, laat uw stem horen!