Column Jaap Drijftholt | Advocaat

COLUMN JULI | Wetsvoorstel voor de uitbreiding van het geboorteverlof in Wet WIEG

In oktober vorig jaar werd het nieuwe regeerakkoord gepresenteerd. In dit regeerakkoord hebben de vier regeringspartijen afgesproken om het verlof voor partners bij de geboorte van een kind uit te breiden. Op 13 juni 2018 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor de Wet invoering extra geboorteverlof (afgekort WIEG) ingediend. In deze column een korte bespreking van de huidige en toekomstige situatie.

Sinds december 2001 hebben werknemers die partner zijn van de moeder van een pasgeboren baby recht op twee dagen betaald kraamverlof. De werknemer kan deze dagen opnemen binnen vier weken na de geboorte van het kind. Daarnaast hebben partners recht op drie dagen ouderschapsverlof. In beginsel zijn deze dagen onbetaald.

De regering beoogt met het wetsvoorstel WIEG het huidige verlofstelsel voor partners te verruimen. De regering acht een verruiming van het huidige stelsel nodig om partners te stimuleren om meer betrokken te zijn bij de zorg en opvoeding van hun kind. Tevens verwacht de regering dat de verruiming bij zal dragen aan de verbetering van de deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt en er meer balans komt tussen de verdeling van arbeid- en zorgtaken tussen de partners.

In het wetsvoorstel is voorgesteld het huidige geboorteverlof van twee dagen uit te breiden naar eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met volledige loondoorbetaling. Dit betekent dat het geboorteverlof gelijk zal zijn aan het aantal uren dat de partner per week werkt. Dit verlofrecht is een onvoorwaardelijk recht dat betekent dat de werknemer zelf mag bepalen op welke wijze hij invulling geeft aan dit verlof. Daarnaast zal de partner het recht krijgen op aanvullend geboorteverlof van vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Het aanvullend geboorteverlof dient de partner op te nemen binnen zes maanden na de geboorte. Gedurende dit aanvullend geboorteverlof zal het UWV 70% van het overeengekomen dagloon vergoeden aan de partner. Het is mogelijk dat werkgevers met werknemers afspreken dat een aanvulling van het loon tot 100% mogelijk is. Voor het aanvullende geboorteverlof geldt dat de werkgever aan de werknemer mag voorstellen om het verlof bijvoorbeeld gespreid op te nemen vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De werkgever kan het de partner echter niet verbieden het aanvullende verlof op te nemen.

In het wetsvoorstel is tevens de uitbreiding van adoptie- en pleegzorgverlof opgenomen. In het huidige stels hebben beide adoptie- of pleegouders recht op vier weken onbetaald verlof. Zij hebben wel recht op een uitkering ter hoogte van 100% van hun dagloon. In het wetsvoorstel WIEG wordt voorgesteld dit verlof verder uit te breiden tot zes weken, omdat het geboorteverlof ook zes weken zal zijn.

Als het aan de Minister ligt zal de uitbreiding van het geboorteverlof en het adoptie- en pleegzorgverlof per 1 januari 2019 al in werking treden. Het recht op aanvullend geboorteverlof zal op 1 januari 2020 in werking treden. Of deze data ook daadwerkelijk gehaald worden is nog afwachten. Het wetsvoorstel dient eerst nog in de Tweede Kamer besproken te worden. Pas na stemming door zowel de Tweede als de Eerste Kamer kan het wetsvoorstel van kracht worden en in werking treden.

AVC Advocaten
www.avcadvocaten.nl | 020 – 210 33 70


COLUMN JUNI | De (ver)koop van een woning via WhatsApp, kan dat?

Je ziet steeds vaker dat via WhatsApp (of een soortgelijke dienst) een overeenkomst wordt gesloten of dat een overeenkomst wordt opgezegd. Uit de uitspraak van 19 april 2018 blijkt dat de rechtbank Limburg zich over de vraag heeft gebogen of tussen partijen via een WhatsApp-bericht rechtsgeldig een koopovereenkomst met betrekking tot een woning tot stand is gekomen.

In deze zaak was overeenstemming bereikt over de prijs van (ver)koop van een woning. Vervolgens is een schriftelijke overeenkomst opgesteld en door de kopers ondertekend. De overeenkomst is voor ondertekening aan verkopers overhandigd. Een dag later hebben de kopers via WhatsApp de verkopers gevraagd of zij ook akkoord zijn met de overeenkomst en of deze al getekend is. De verkopers reageerden daarop met de mededeling dat de inhoud akkoord is en dat de kopers een dag later de getekende overeenkomst zouden ontvangen. De kopers ontvingen de getekende overeenkomst echter niet, maar kregen de mededeling van verkopers dat zij hun woning toch niet gingen verkopen.

De rechter stond voor de vraag of er via WhatsApp een geldige koopovereenkomst tot stand is gekomen ondanks het ontbreken van de handtekening van de verkopers. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de koopovereenkomst van een woning die wordt gekocht door een consument schriftelijk moet worden aangegaan. Daarnaast heeft de Hoge Raad in 2011 de rechtsregel geformuleerd dat wanneer zowel de koper als de verkoper een particulier is en tussen partijen mondelinge overeenstemming is bereikt over de verkoop van een woning, de koper in rechte toch geen medewerking van de verkoper kan afdwingen om de overeenkomst op schrift te stellen wanneer de verkoper dit weigert. De kopers betoogden dat in dit geval wel aan het schriftelijkheidsvereiste was voldaan en dat het WhatsApp-bericht van verkopers de schriftelijke ondertekening zou hebben vervangen omdat dit bericht erop gericht was een schriftelijke overeenkomst tot stand te laten komen.

De rechtbank volgt de kopers niet in dit standpunt en overweegt dat een schriftelijke koopovereenkomst moet worden aangemerkt als een onderhandse akte waarvoor het vormvoorschrift geldt dat deze daadwerkelijk moet zijn ondertekend. Het WhatsApp-bericht maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst en kan ook niet worden aangemerkt als een digitale ondertekening. Het bericht kan slechts worden aangemerkt als een toezegging van verkopers dat zij over zullen gaan tot ondertekening maar vervangt niet de ondertekening zelf. De vordering van  de kopers om de verkopers te verplichten de woning te leveren wordt dan ook afgewezen.

Heeft u het voornemen om binnenkort een woning te (ver)kopen? Gelet op de uitspraak en in lijn met de jurisprudentie is het bereiken van overeenstemming via WhatsApp (of sms/facebook, etc.) dus niet voldoende voor het tot stand komen van een koopovereenkomst van een woning. Oftewel, beide partijen moeten daadwerkelijk hun handtekening onder de koopovereenkomst zetten.


COLUMN MEI II| De uitbreiding van uw privacy rechten door de AVG

Het is u wellicht niet ontgaan op 25 mei 2018 zal de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: “de AVG”) van kracht worden. Vanaf deze datum zal er in de gehele Europese Unie dezelfde privacyregelgeving gelden. In Nederland wordt de huidige Wet bescherming persoonsgegevens door de AVG vervangen. Wanneer de AVG van toepassing is, hebben organisaties die te maken hebben met persoonsgegevens meer verplichtingen en komen aan betrokkene meer rechten toe. In deze column leest u een beknopte uitleg over de AVG.

Onder persoonsgegevens wordt op grond van de AVG verstaan alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (de betrokkene). Organisaties mogen enkel uw persoonsgegevens verwerken wanneer u daar toestemming voor heeft gegeven of indien dit noodzakelijk is wegens een van de in de AVG genoemde redenen. Organisaties dienen uw persoonsgegevens voorts enkel te verwerken op een manier die rechtmatig, behoorlijke en transparant is. Organisaties dienen dan ook voorafgaand aan het verzamelen van persoonsgegevens vast te stellen voor welke doeleinden de gegevens worden verzameld en verwerkt en dienen u daarover te informeren. Bovendien dienen organisaties een register bij te houden met alle verwerkingsactiviteiten die zij uitvoeren en dienen zij aan te kunnen tonen dat zij voldoende technische en organisatorische maatregelen hebben genomen om uw persoonsgegevens te beschermen.

Naast het feit dat organisaties meer verplichtingen opgelegd krijgen, krijgt u als betrokkene meer mogelijkheden om voor uzelf op te komen door de uitbreiding van uw privacy rechten. Zo krijgt u het recht om uw persoonsgegevens op te vragen bij een organisatie en over te dragen aan een andere organisatie. Daarnaast heeft u het recht om uw persoonsgegevens in te zien, aan te vullen of te wijzigen en heeft u in bepaalde situaties het recht op beperking van de verwerking van uw persoonsgegevens. Bovendien kunt u bezwaar maken tegen het verwerken van uw persoonsgegevens. Daarnaast krijgt u het recht dat organisaties uw persoonsgegevens in een aantal gevallen binnen één maand moeten wissen als u daar om vraagt.

Vanwege het feit dat de AVG al in mei 2016 in werking is getreden, maar pas 25 mei 2018 van kracht wordt, hebben organisaties de afgelopen twee jaar voldoende tijd gekregen om hun organisatie AVG-proof te maken. Vanaf 25 mei 2018 zal de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens, pas organisaties controleren of zij voldoen aan de AVG. Indien dit niet het geval is kunnen er hoge boetes worden opgelegd die op kunnen lopen tot maximaal 20 miljoen euro.

Kortom, de AVG zal niet tot gevolg hebben dat verwerking van uw gegevens onmogelijk wordt, maar uw huidige privacy rechten zullen vanaf 25 mei 2018 zijn uitgebreid en organisaties krijgen meer verplichtingen om aan te tonen dat zij voldoen aan de AVG.


COLUMN MEI I | De (non-)conformiteit van een natuurlijk bed

Onlangs boog de rechtbank Amsterdam zich over de vraag of een bed van natuurlijke materialen met een matras van wol, paardenhaar en katoen, non-conform is nu is gebleken dat twee jaar na aanschaf in het bed zich motten en larven hebben genesteld.

De vraag is of het gekochte bed voldeed aan de verwachtingen die de koper ervan mocht verwachten. Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat een product niet aan de overeenkomst beantwoord, indien een gebrek zich binnen zes maanden na de aankoop heeft geopenbaard.

In deze zaak stelde de koper dat het bed niet voldoet aan de conformiteits eis omdat de koper mocht verwachten dat het bed 25 jaar mee zou gaan en dat bij normaal gebruik zij geen rekening hoefde te houden met een grote hoeveelheid larven en motten in het bed. Vanwege de in het bed verwerkte natuurlijke materialen bestaat een verhoogde kans op de innesteling van motten.

De verkoper had de koper hier op moeten wijzen en moeten informeren over mogelijkheden om dit te voorkomen. De verkoper stelt te hebben aangeboden het bed te laten reinigen en als alternatief te hebben aangeboden het bed en het hoofdbord gereinigd te retourneren en kosteloos twee nieuwe matrassen van niet-natuurlijke materialen te leveren. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat, alhoewel het bed niet voldeed (non-conform) de verkoper aan zijn verplichtingen heeft voldaan die in een dergelijk geval op hem rusten en de koper niet gerechtigd was de koopovereenkomst te ontbinden.

De koper wordt in het ongelijk gesteld en verliest dus de aangespannen zaak.

Uit het voorgaande volgt dat wanneer u een product koopt dat niet aan de verwachtingen voldoet u genoegen moet nemen met herstel of vervanging van het product. Pas als dit niet mogelijk is, kunt u de koopovereenkomst ontbinden.


COLUMN APRIL| Treintje rijden in de parkeergarage leidt tot vele boetes

In steeds meer steden dienen bezoekers hun auto tegen betaling te parkeren in een parkeergarage. Dat niet iedereen zich netjes aan deze betalingsverplichting houdt blijkt wel uit de hoeveelheid gerechtelijke uitspraken waarin parkeergarages betaling van het normale dagtarief en een boete vorderen van bestuurders wegens het niet betalen van de parkeergelden. In veel van deze zaken draait het om het volgende.

Bij het binnenrijden van een parkeergarage sluit de bestuurder van een auto een dienstverleningsovereenkomst met de parkeergarage. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van de parkeergarage van toepassing. Nu het een dienstverleningsovereenkomst betreft, is het voldoende dat de parkeergarage de bestuurder bij het inrijden van de parkeergarage wijst op de tarieven voor het parkeren en de elektronische beschikbaarheid van de algemene voorwaarden. De bestuurder parkeert de auto vervolgens in de parkeergarage. In plaats van de parkeergelden te betalen, verlaat de bestuurder de parkeergarage zonder te betalen door middel van het zogenoemde treintje rijden. Dit betekent dat de bestuurder vlak achter zijn voorganger aanrijdt, zonder eerst zijn parkeerkaartje in de uitrijterminal in te voeren.

In een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 maart 2018 (ECLI:NL:RBNNE:2018:729) deed het voorgaande zich ook voor. In deze zaak voerde de bestuurder het verweer dat hij bereid was het dagtarief te betalen, maar dat de gevorderde boete te hoog zou zijn. Hierbij deed hij een beroep op overmacht, omdat hij er niet in geslaagd was het parkeerkaartje te betalen, hij de klantenservice van de parkeergarage niet meer kon bereiken en hij in paniek was, omdat zijn dochtertje ziek was geworden.

Omdat het een consumentenovereenkomst betreft is de kantonrechter verplicht het boetebeding buiten beschouwing te laten indien het een onredelijk beding is. Van een onredelijk beding kan bijvoorbeeld sprake zijn indien het beding tot doel heeft dat de consument een onevenredig hoge boete/schadevergoeding dient te betalen indien hij zijn verplichtingen niet nakomt. De kantonrechter overweegt dat het boetebeding geen oneerlijk beding is gelet op de afschrikwekkende prikkel tot nakoming die van het beding uitgaat. Het treintje rijden leidt immers tot een gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers in en buiten de parkeergarage. Bovendien heeft de bestuurder er bewust voor gekozen de parkeergarage zonder betaling te verlaten en lijdt de parkeergarage daardoor schade. Het beding sanctioneert dit gedrag met een boete van € 300,-, hetgeen niet onredelijk is. Ook het beroep op overmacht kan de bestuurder niet baten. De algemene voorwaarden vermelden immers dat het onder geen beding is toegestaan de parkeergarage zonder te betalen te verlaten. Bovendien heeft de bestuurder nagelaten op andere wijze contact op te nemen met de exploitant van de parkeergarage om eventueel alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Dit betekent dat de bestuurder de gevorderde boete van € 300,- en het gevorderde dagtarief van € 30,- in de voornoemde zaak dient te betalen.

Uit de vele uitspraken blijkt wel dat parkeergarages veel geïnvesteerd hebben om bestuurders te achterhalen indien zij zonder te betalen de parkeergarage te verlaten. Zo wordt een gezellig dagje uit voor sommige bestuurders toch ineens vele malen duurder terwijl zij dachten de auto “gratis” te kunnen parkeren.


COLUMN MAART | De opkomst van commerciële rechtspraak met de robotrechter

Digitalisering en robotisering zijn door belangrijke technologische ontwikkelingen niet meer uit ons toekomstbeeld weg te denken. Ook de overheidsrechtspraak is aan het digitaliseren, maar recht wordt er nog gesproken door gewone rechters. Toch is de robotrechter ook in opkomst. Steeds meer (zorg)verzekeraars hebben in hun algemene voorwaarden en/of polisvoorwaarden opgenomen dat wanneer sprake is van een geschil tussen de verzekeraar en de verzekerde, de beslechting daarover zal plaatsvinden door het zogenaamde e-court, in plaats van door de kantonrechter. E-court is een private en digitale vorm van rechtspraak volgens de regels van arbitrage zoals vastgelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er komt echter geen fysieke rechter aan te pas. Het vonnis van de zogenoemde robotrechter moet nog wel worden bekrachtigd door de kantonrechter, maar verder staat deze digitale vorm van arbitrage volledig los van de overheidsrechtspraak.

Verzekeraars en deurwaarders zijn overwegend positief over deze nieuwe ontwikkeling, aangezien het procedures vergemakkelijkt en versnelt. De procedure wordt door het gebruik van e-court geautomatiseerd en is tevens vele malen goedkoper dan de procedure bij de kantonrechter (gemiddeld 85 euro in plaats van 476 euro).

Er zijn echter ook critici die de opkomst van de robotrechter een zorgwekkende ontwikkeling vinden. Zij stellen dat de robotrechter op een schimmig gebied opereert. Vonnissen van de robotrechter worden in tegenstelling tot vonnissen van de overheidsrechter niet gepubliceerd, er zijn nauwelijks zittingen en de rechters zijn onbekend. Daarnaast komt het voor dat de verzekerde geen keuze wordt gelaten om te kiezen voor een procedure bij de kantonrechter of voor arbitrage door de robotrechter. Dit terwijl een zogeheten arbitrage-beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is indien de consument geen mogelijkheid krijgt om binnen één maand nadat de verzekeraar een arbitrageprocedure is gestart alsnog te kiezen voor beslechting van het geschil door de overheidsrechter. De consument heeft in dat geval de mogelijkheid het arbitrage-beding te vernietigen waardoor het beding niet meer van toepassing is en de verzekeraar alsnog een procedure bij de overheidsrechter dient te starten. Bovendien blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:419) dat tijdens een procedure bij e-court fouten zijn gemaakt, waardoor de verzekerde ten onrechte was veroordeeld door de robotrechter. De vraag die dan ook speelt, is of de procedure via e-court of andere digitale vormen van arbitrage de rechtszekerheid van burgers niet aantast.

Steeds meer burgers zullen te maken krijgen met deze vorm van digitale arbitrage, terwijl dus nog niet duidelijk is of deze ontwikkeling wel een juiste is. Het is u dan ook aan te raden om goed op te letten bij het sluiten van nieuwe contracten en na te gaan of in de overeenkomst of bijbehorende algemene voorwaarden wordt bedongen dat in het geval van geschillen deze worden beslecht doormiddel van digitale arbitrage (Stichting E-Court, Digitrage or Arbitrage Rechtspraak Nederland). Is dat het geval en wordt u als consument in die voorwaarden geen keuze gelaten om alsnog binnen één maand te kiezen voor beslechting door de overheidsrechter, dan is een dergelijk beding vernietigbaar. U kunt een dergelijk beding achteraf zelf buitengerechtelijk vernietigen door de wederpartij te berichten dat u het zogeheten arbitrage-beding vernietigt en dat u kiest voor geschilbeslechting door de overheidsrechter indien zich er een geschil tussen u en de wederpartij voordoet.


COLUMN FEBRUARI| Standaard ontbindende voorwaarden in het nieuwe modelkoopcontract voor woningen

Krapte op de woningmarkt en hoge prijzen voor woningen, het was in 2017 veelvuldig in het nieuws. Het leidde er zelfs toe dat woningzoekers meer risico’s namen bij de aanschaf van een woning door deze te kopen zonder een financieringsvoorbehoud en/of bouwkundige keuring. Naar aanleiding van onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en gesprekken met de diverse branche- en consumentenorganisaties, kondigde de Minister op 24 januari 2018 aan dat vanaf 1 februari 2018 standaard in het modelkoopcontract zowel een voorbehoud van financiering als een voorbehoud van de bouwkundige keuring zal worden opgenomen. De Minister en de organisaties willen hiermee bereiken dat risico’s die woningkopers lopen, verkleind worden. Afwijken van deze bepalingen is nog steeds mogelijk, maar dat dient expliciet te worden weergegeven in de koopovereenkomst door de betreffende bepalingen door te halen. Bovendien zullen consumenten in de toelichting bij de standaardkoopovereenkomst gewezen worden op de risico’s van het niet opnemen van een voorbehoud.

Maar wat houdt zo’n financieringsvoorbehoud of een voorbehoud van een bouwkundige keuring eigenlijk in? In beginsel dient een getekende koopovereenkomst te worden nagekomen door zowel de verkoper als de koper. Op grond van artikel 7:2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft de koper van een woning drie dagen bedenktijd na het tekenen van de koopovereenkomst. Tijdens deze bedenktijd kan de koper afzien van de koopovereenkomst zonder opgave van redenen. Is de bedenktijd voorbij, dan dient de overeenkomst tussen partijen te worden nagekomen, tenzij partijen een voorbehoud van financiering en/of bouwkundige keuring zijn overeengekomen en deze wordt ingeroepen door de koper. Zowel het voorbehoud van financiering als de bouwkundig keuring zijn ontbindende voorwaarden om de koper te beschermen. Dit betekent dat zodra de ontbindende voorwaarde wordt vervuld, de koopovereenkomst door de koper kosteloos kan worden ontbonden.

Wanneer partijen een financieringsvoorbehoud zijn overeengekomen betekent dit dat wanneer de koper de financiering voor de aanschaf van de woning niet rond krijgt, hij de overeenkomst zonder boete kan ontbinden. Let erop dat het niet aanvragen van een financiering om toch nog onder de koopovereenkomst uit te kunnen niet voldoende zal zijn voor het inroepen van de ontbindende voorwaarde en in de koopovereenkomst veelal is opgenomen dat de koper tenminste één of meerdere afwijzingen van een bank/hypotheekverstrekker dient te overleggen aan de verkoper. Het overeenkomen van een voorbehoud van de bouwkundige keuring komt er veelal op neer dat wanneer uit de bouwkundige keuring blijkt dat de woning ernstige gebreken vertoont of als de noodzakelijke herstelkosten een afgesproken bedrag te boven gaan de koop niet doorgaat.

Risico’s van het niet overeenkomen van enig voorbehoud kunnen zijn dat de koper een boete dient te betalen om alsnog van de koopovereenkomst af te willen wanneer de financiering niet rondkomt of wanneer de woning ernstige gebreken vertoont die vallen onder de onderzoeksplicht van de koper.

Om deze risico’s te voorkomen is het dus aan te raden om zowel een financieringsvoorbehoud als een voorbehoud van een bouwkundige keuring overeen te komen wanneer u een woning koopt.


COLUMN JANUARI| Incasso van loten voor deelname aan de Nationale Postcodeloterij voor eigen risico

Op 1 januari 2018 was het weer zover de Postcodekanjer van de Nationale Postcodeloterij (hierna: “de Postcodeloterij”) werd uitgereikt. Maar liefst 53,9 miljoen euro werd er verdeeld in het Friese plaatsje Eastermar, maar wist u dat de incasso van het deelnamegeld voor uw eigen risico is? Op 31 mei 2017 oordeelde de rechtbank Amsterdam hierover (ecli:nl:rbams:2017:3737).

Eiser in deze zaak speelde geruime tijd mee met vier loten, waarvan drie met postcode X en één met postcode Y. Tijdens de trekking van 1 januari 2016 was postcode X de winnende postcode. De hoofdprijs per lot bedroeg destijds € 1.000.000, zodat hij recht zou hebben op € 3.000.000. De Postcodeloterij is echter niet tot uitkering van het prijzengeld overgegaan, omdat eiser onvoldoende saldo op zijn bankrekening had om zijn loten te kunnen betalen. Tijdens de incassopoging van de Postcodeloterij stond op de bankrekening van eiser een saldo van € 36,59. Te weinig voor vier loten, maar wel voldoende voor het voldoen van twee loten

Tijdens de procedure vordert eiser van de Postcodeloterij betaling van € 2.000.000, aldus het prijzengeld voor twee loten. Eiser stelt dat de Postcodeloterij het deelnamegeld per afzonderlijk lot had moeten innen. De rechtbank oordeelt echter dat de incasso van het deelnamegeld plaats dient te vinden van één lot indien de deelnemer met één lot mee speelt en het totaalbedrag aan loten als met meerdere loten wordt meegespeeld. In het geval van eiser diende dus de incasso van alle vier de loten tegelijk plaats te vinden. Bovendien is de Postcodeloterij niet verplicht om na een mislukte incasso nog een poging te doen voor de incasso van het deelnamegeld.

Daarnaast stelt eiser dat de Postcodeloterij hem vooraf had moeten informeren over de datum waarop de incasso plaats zou vinden en achteraf over de mislukte incasso, zodat hij ervoor had kunnen zorgen dat er alsnog voldoende saldo op zijn bankrekening zou staan of dat hij op andere wijze had kunnen betalen. Uit het Deelnemersreglement van de Postcodeloterij volgt dat de kosten van het lot/de loten voorafgaand aan de maand waarin de trekking plaatsvindt van de rekening van de deelnemer wordt afgeschreven op grond van een door de deelnemer verleende incassomachtiging. De rechtbank oordeelt dat hieruit volgt dat het de verantwoordelijkheid is van de deelnemer om voldoende saldo op zijn rekening te hebben. Het is vervolgens de verplichting van de Postcodeloterij om over te gaan tot incasso. De Postcodeloterij had eiser niet hoeven informeren over de mislukte incasso. Dat eiser onvoldoende saldo op zijn rekening had, komt derhalve voor zijn eigen rekening en risico.

Uit deze uitspraak volgt dat betaling van het deelnamegeld aan de Postcodeloterij voor uw eigen risico komt. Het is aan de deelnemers om voldoende saldo op de bankrekening te hebben, zodat het geld voor alle loten waarmee wordt meegespeeld kan worden geïncasseerd. Mocht u deelnemen aan de Postcodeloterij, houdt hier dan rekening mee om te voorkomen dat u net als de eiser in de genoemde zaak een groot bedrag misloopt.


COLUMN DECEMBER | Een pakket aan toekomstige maatregelen voor de arbeidsmarkt

Vertrouwen in de toekomst, dat is de titel van het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte III. Naast investeringen in voorzieningen voor ons allemaal zoals defensie, politie, zorg en onderwijs, zal het nieuwe kabinet zich inzetten voor onder andere hervorming van de arbeidsmarkt. Het kabinet wil werken aan meer vaste banen. Er moet een betere balans komen tussen flexwerken en vaste contracten. Deze balans op de arbeidsmarkt wil het kabinet onder andere bereiken door een pakket aan maatregelen dat het verschil kleiner moeten maken.

Op 1 juli 2015 trad de Wet Werk en Zekerheid in werking. Ook deze wet moest de balans van de arbeidsmarkt verbeteren. Zo werd de zogeheten ketenbepaling gewijzigd, zodat werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst sneller een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zouden krijgen. Tot 1 juli 2015 was het zo dat een werknemer na drie jaar of na drie arbeidsovereenkomsten een vast dienstverband kreeg, mits de verschillende tijdelijke arbeidsovereenkomsten elkaar binnen drie maanden op hadden gevolgd. In 2015 is dit gewijzigd naar een periode van na twee jaar en is de opvolgingsperiode gewijzigd naar zes maanden. Het nieuwe kabinet wil werkgevers weer de mogelijkheid geven om pas na drie jaar werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te geven.

Bij de verlenging van voornoemde periode blijft het uitgangspunt dat de periode tussen opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet meer dan zes maanden bedraagt. Een wetswijziging in 2016 maakte het voor werkgevers van seizoensgebonden bedrijven mogelijk dat bij cao afgeweken kon worden van de vastgestelde tussenpoos en dat deze kon worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden. Het dient hierbij te gaan om functies die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden slechts gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgevoerd en die niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van negen maanden per jaar. De mogelijkheid om af te wijken van de wettelijke tussenpoos van zes maanden zal door het nieuwe kabinet worden verruimd naar ander terugkerend tijdelijk werk. Deze mogelijkheid tot afwijking zal ook bij cao bepaalt moeten worden.

Daarnaast wil het nieuwe kabinet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te sluiten met nieuwe werknemers door de proeftijd te verruimen. Indien de werkgever de nieuwe werknemer direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbiedt, zal het in de toekomst mogelijk zijn om een proeftijd van vijf maanden overeen te komen. De proeftijd voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten van twee jaar of meer zal worden verlengd naar drie maanden. Bij tijdelijke arbeidsovereenkomst voor kortere duur dan twee jaar zal de proeftijd gelijk blijven. Dat wil zeggen dat de proeftijd slechts één maand mag bedragen bij tijdelijke overeenkomst voor de periode van tenminste zeven maanden. Bij inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid is immers een proeftijdbeding bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de periode van zes maanden verboden.

Het voorgaande zijn slechts wensen en doelstellingen van het nieuwe kabinet. Het kabinet is net begonnen aan zijn termijn en het is dan ook nog afwachten wanneer en in welke vorm deze wijzigingen zullen worden doorgevoerd.


COLUMN NOVEMBER ONREDELIJK GELUIDSOVERLAST IN EEN APPARTEMENTENCOMPLEX

Buren, de meeste van u zullen deze wel hebben. Soms blijft het niet alleen bij buren links en/of rechts, maar ook boven en onder zoals in een appartementencomplex. We hebben allemaal wel wat te dulden van onze buren, maar geluidsoverlast van uw buren kan erg vervelend zijn.

Op grond van het Burgerlijk Wetboek is het mogelijk dat een gebouw in meerdere appartementsrechten is gesplitst. Splitsing van een gebouw geschiedt bij notariële akte. In de splitsingsakte is onder andere een nauwkeurige beschrijving opgenomen van de gedeelten die bestemd zijn om als privé gedeelten te worden gebruikt en een beschrijving van de gemeenschappelijke gedeelten. Daarnaast bevat de splitsingsakte een (model)reglement waarin bepalingen zijn opgenomen over onder andere het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de kosten die voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren komen.

Veelal is in het (model)reglement ook bepaald dat de eigenaren of gebruikers geen onredelijke geluidshinder mogen veroorzaken. Onredelijk geluidshinder is een subjectief begrip en de vraag is dan ook wanneer is geluidshinder onredelijk? In november 2016 heeft de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2016:9249) overwogen dat geluidshinder objectiveerbaar dient te zijn en dat objectief vastgesteld moet worden of geluidshinder onredelijk is of niet. In beginsel betekent dat, dat degene die zich op onredelijke geluidshinder beroept, bij voorkeur beschikt over een objectieve bron. Hierbij dient men te denken aan bijvoorbeeld rapporten van de politie.

Het ging in deze zaak om een appartementencomplex met veelal bewoners van 65 jaar of ouder en een gezin met twee puberende kinderen van 14 en 17 jaar. In het splitsingsreglement zijn regels opgenomen over het vermijden van geluidsoverlast. Indien deze regels worden overtreden, kan het bestuur van de Vereniging van Eigenaren (VvE) een boete opleggen. De oudere bewoners hebben meerdere malen geklaagd bij het bestuur van de VvE over het gedrag van de kinderen, zoals het draaien van harde muziek en het veroorzaken van storende geluiden bij het komen en gaan van bezoekers van het appartement. Het bestuur heeft vervolgens een boete opgelegd. Uit de stukken van deze zaak is gebleken dat de politie drie keer is ingeschakeld door leden van de VvE, maar niet is gebleken dat op grond daarvan onredelijke geluidshinder objectief is waargenomen of vastgesteld. Om deze reden is de kantonrechter in het vervolg van de procedure dan ook uitgegaan van enerzijds de klachten van de bewoners en anderzijds de interpretatie van de klachten door het gezin. Nu niet objectief is gebleken dat sprake was van onredelijke geluidshinder door het gezin, is naar het oordeel van de kantonrechter de boete onterecht opgelegd.

Uit het voorgaande kan de conclusie worden getrokken dat het een VvE aan te raden is om een goed en onderbouwd dossier op te bouwen wanneer bewoners klagen over geluidshinder of ander overlast veroorzaakt door andere bewoners. Dat dossier zal in ieder geval objectieve bronnen moeten bevatten waaruit blijkt dat sprake is geweest van onredelijke hinder, zodat het VvE bestuur met succes kan optreden tegen de veroorzaker van het onredelijke hinder en een boete kan opleggen als het splitsingsreglement in deze mogelijkheid voorziet.


COLUMN OKTOBER  DE HULPVAARDIGE BUURMAN

Het zal u maar gebeuren. U bent een paar dagen niet thuis vanwege een korte vakantie, telefonisch onbereikbaar en vanwege de hevige herfststorm is een grote tak door het raam in een kamer van uw woning beland. U bent zelf niet thuis, niet bereikbaar en kunt dus geen actie ondernemen. Door het gebroken raam is uw woning inbraakgevoelig en door regen is de kans op waterschade aanwezig. Gelukkig is daar uw goede buurman die zich over de ontstane schade ontfermt en voorkomt dat de situatie erger wordt dan het al is.

Op het moment dat uw buurman uw belangen vrijwillig willens en wetens behartigt zonder dat u daarvoor bijvoorbeeld een overeenkomst heeft gesloten of afspraken over heeft gemaakt, is sprake van zaakwaarneming in de zin van artikel 198 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De belangenbehartiging dient op redelijke grond plaats te vinden, oftewel de omstandigheden van het geval, in dit geval een gebroken ruit, moeten het ingrijpen van uw buurman rechtvaardigen.

Om de schade te beperken kan de buurman een glaszetter bellen, de ruit laten vervangen en de rekening voor u betalen. De buurman kan vervolgens de gemaakte kosten van u terugvorderen. Op grond van de wet is de buurman echter ook bevoegd om namens u een overeenkomst te sluiten. Dit betekent dat u zelf de rekening voor het vervangen van de gebroken ruit aan het glaszettersbedrijf dient te betalen. Bij de zaakwaarneming is de buurmaan ook aan een aantal verplichtingen gebonden. Zo dient hij de nodige zorg te betrachten en dient hij zaakwaarneming af te ronden als hij daar eenmaal mee begonnen is. Dit betekent dat de buurman telkens aan uw belangen dient te denken en geen maatregelen mag nemen waarvan hij weet of kan weten dat u daar niet mee in zou stemmen. Zo is het wel toegestaan dat hij de gebroken ruit laat vervangen door een zelfde soort raam, maar is het niet toegestaan om zonder uw toestemming ook de kozijnen te laten vervangen. Bovendien dient de buurman zodra dit mogelijk is u alsnog op de hoogte te brengen van eventueel gemaakte kosten voor het vervangen van de ruit.

Ondanks dat u niet om de zaakwaarneming heeft verzocht, ontstaat er een verbintenis waaruit ook voor u bepaalde verplichtingen uit voortvloeien. Zo dient u de gemaakte kosten aan uw buurman te vergoeden, mits hij uw belangen naar behoren heeft behartigd. Mocht dat nou niet zo zijn, dan heeft de buurman mogelijk geen recht op vergoeding van de gemaakte kosten. U kan er ook voor kiezen om de onbehoorlijke belangenbehartiging alsnog goed te keuren omdat uw buurman goede intenties had. In dat geval bent u ook gehouden de kosten te vergoeden.


COLUMN AUGUSTUS – SLAPEND RIJK WORDEN?

Een ongeluk zit in een klein hoekje! Door maar één cijfer van een rekeningnummer verkeerd over te nemen kan uw geld bij de verkeerde persoon terechtkomen. Daarnaast is het ook mogelijk dat u geld ontvangt dat niet voor u bedoeld is. Van wie is dit geld nu?

Indien u onverhoopt geld overmaakt naar de verkeerde rekening is het allerminst zeker of u het geld nog terugziet. Het is banken namelijk wettelijk niet toegestaan uit eigen beweging geld terug te storten. De ontvanger van het onterecht ontvangen bedrag krijgt 20 dagen om het geld terug te storten. Gebeurt dit niet, dan mag de bank wel de gegevens van de ontvanger vrijgeven zodat u juridische stappen kunt nemen om het geld terug te krijgen. Of dat vervolgens lukt is een tweede. Van een kale kip valt niks te plukken. In het volgende voorbeeld werd een minderjarige beschermd door de wet. 

In februari dit jaar boog de rechtbank Midden-Nederland zich over een geval waarbij een bedrijf per ongeluk € 3.409,64 euro had overgemaakt naar de rekening van een minderjarig meisje van destijds 14 jaar, terwijl dit bedrag bedoeld was voor een ander bedrijf. Het bedrijf heeft vervolgens een poging gedaan om het geld terug te krijgen en stortte nog eens €0,01 euro naar de rekening van het meisje met de mededeling: “dit is de juiste rekening: verkeerd ontvangen bedrag – neem contact op tel nr. – bank is ingelicht“. De vraag is nu of het meisje eigenaar is geworden van het gestorte bedrag of dat zij verplicht is het geld terug te storten.

Het uitgangspunt is dat degene die zonder reden een geldsom ontvangt in beginsel verplicht is dit bedrag terug te storten. Er is dan namelijk sprake van een onverschuldigde betaling. Oftewel, er heeft een betaling plaatsgevonden zonder dat de ontvanger daar recht op had. Bij de beoordeling van onverschuldigde betaling aan een minderjarige (of een ander volgens de wet handelingsonbekwaam persoon) is ook van belang of de minderjarige ontvanger van het geld er daadwerkelijk financieel op vooruitgaat. Een uitzondering op de verplichting tot terugbetaling dus. 

Naar het oordeel van de rechter was inderdaad sprake van onverschuldigde betaling, aangezien de betaling heeft plaatsgevonden zonder dat er recht op dat geld bestond. Desalniettemin is het meisje ‘niet beter geworden’ van de betaling, omdat zij kort daarna slachtoffer is geworden van afpersing, waarbij al het geld van haar rekening is gehaald door een onbekende derde. Deze omstandigheid brengt mee dat het meisje geen voordeel heeft kunnen halen uit de onverschuldigde betaling van het bedrijf. Dit had wel het geval geweest indien zij bijvoorbeeld met het geld was gaan winkelen of had gebruikt voor haar studie. De uitzondering op de verplichting terug te betalen deed zich hier dus voor. Een en ander heeft tot gevolg dat het bedrijf een dure fout heeft gemaakt en kan fluiten naar het geld

Om dergelijke situaties te voorkomen is mijn simpele advies: check het rekeningnummer goed voordat u geld overmaakt. En ontvangt u uit het niets een bedrag van iemand? Stort het dan direct weer terug, u heeft er namelijk geen recht op. 


COLUMN JULI -SURFEN AAN DE SPAANSE COSTA’S ALS THUIS!

Jaarlijks trekken we er in de zomer met zijn allen weer op uit om in het zonnige Spanje of Frankrijk onze zomervakantie te vieren. Naast alle vakantiespullen gaat uiteraard onze mobiele telefoon ook mee, we willen immers altijd bereikbaar zijn. Waar voorheen de telefoonrekening behoorlijk op kon lopen door de hoge kosten van mobiel gebruik in het buitenland, is dat per 15 juni 2017 veranderd.

Inwoners van de Europese Unie kunnen vanaf 15 juni 2017 in elk ander land binnen de Europese Unie tegen dezelfde kosten gebruik maken hun mobiele telefoon als in het land van herkomst. Het “Roam like home-principe” houdt in dat telecomproviders geen extra kosten meer in rekening mogen brengen voor het bellen, sms’en of internetten in het buitenland en uw abonnementsbundel ook in het buitenland geldig is. Daarnaast kunnen ook prepaid gebruikers in het buitenland tegen dezelfde kosten als thuis gebruik maken van hun telefoon. Toch zijn er ook nog valkuilen waar u rekening mee dient te houden als u op vakantie gaat.

Zo geldt de nieuwe regeling alleen in lidstaten van de Europese Unie, dus wanneer u in Zwitserland of de Verenigde Staten op vakantie bent, geldt deze regeling niet en betaalt u wel extra voor het gebruik van uw mobiele telefoon. In Noorwegen en IJsland, ook geen EU-lidstaten, geldt de regeling daarentegen weer wel. Daarnaast geldt de regeling alleen voor tijdelijk verblijf in het buitenland. Wanneer u als EU-burger permanent in het buitenland gebruik maakt van een abonnement uit een andere lidstaat, kan een telecomprovider extra kosten in rekening brengen. Telecomaanbieders mogen dan ook een beleid van “redelijk gebruik” hanteren, zodat abonnementhouders geen misbruik kunnen maken van de nieuwe regeling. In beginsel betekent dit dat telecomproviders pas weer extra kosten in rekening mogen brengen als u vier maanden lang meer mobiel verkeer in het buitenland verbruikt dan thuis. Dit zal zich tijdens de gemiddelde zomervakantie van twee tot drie weken niet zo snel voordoen.

Bovendien mogen telecomproviders een limiet stellen aan de data of het aantal belminuten dat u zonder extra kosten kan gebruiken voor het gebruik van internet of het bellen naar het thuisfront. Uw onbeperkte bel en/of internet bundel in Nederland is in het buitenland dan ook niet onbeperkt geldig. De exacte limieten zullen per telecomprovider verschillen.

Het voorgaande klinkt allemaal aantrekkelijk en tijdens de vakantie hoeven we niet meer op zoek naar een goede wifi-verbinding. Toch zou ik u adviseren om de voorwaarden van u telecomprovider eens goed te bekijken voordat u op vakantie iedere dag de lekkerste zomerhits gaat streamen of uw favoriete series kijkt. Het zou natuurlijk een domper op de vakantie zijn als u bij thuiskomst alsnog een hoge telefoonrekening heeft.


COLUMN JUNI – TUSSEN WAL EN SCHIP GERAKEN VOORWERPEN OP HET STAND

De eerste zomerse dagen hebben we al gehad. Het is dan ook weer de tijd van het jaar om vaker het strand te gaan bezoeken. U kent het wel, in de branding wandelen, zwemmen, strandtenten bezoeken of alleen genieten van de zon. Nu kan het natuurlijk voorkomen dat u tijdens uw wandeling op het stand of bij het bouwen van zandkastelen iets van waarde vindt zoals een parelketting. Mag u dat dan zomaar houden?

Voordat antwoord kan worden gegeven op deze vraag wordt er onderscheid gemaakt tussen het spontaan vinden van voorwerpen en strandjutten als hobby of sport. Strandjutten is niet het spontaan vinden van bijvoorbeeld sierraden, maar het zoeken op het strand naar aangespoelde goederen. Voor aangespoelde zaken gelden andere regels dan voor `verloren en/of achtergelaten’ goederen. Eens in de zoveel tijd komt het voor dat een vrachtschip zijn vracht geheel of ten dele verliest. Enkele jaren geleden gebeurde dit nog voor de kust van Terschelling waar een vrachtschip tijdens een storm tientallen containers verloor en deze aanspoelde. De ME werd er bij gehaald om de aangespoelde containers te bewaken. De goederen in de containers waren immers het eigendom van iemand en dat mag je dus niet zomaar mee naar huis nemen, dit zou namelijk strafbaar zijn.

Anders is het op het moment dat u spontaan iets van waarde vindt op het strand. In dat geval moet u daarvan aangifte doen bij de gemeente, tenzij u natuurlijk weet van wie dat waardevolle goed is, dan moet u de eigenaar zelf benaderen en vertellen over uw vondst. Wanneer u bij de gemeente melding heeft gemaakt van het door u gevonden voorwerp, kan de gemeente verlangen dat u het gevonden voorwerp afgeeft. Het gaat in dat geval veelal om voorwerpen als rijbewijzen, paspoorten, identiteitskaarten, verblijfsdocumenten en wapens of militaire uitrustingen. In het geval van andere voorwerpen mag u het goed zelf bewaren en waar nodig onderhouden. Heeft u melding gedaan van uw vondst  dan heeft u recht op een bewijs van aangifte en/of een bewijs van het afgeven van het goed. Heeft u een jaar geduld en is in die tussentijd het goed nog niet opgehaald door de eigenaar, dan krijgt u van de gemeente bericht dat er twaalf maanden zijn verstreken en  u  de officiële nieuwe eigenaar van het goed bent geworden. Duikt binnen dat jaar de eigenaar van het goed wel op dan heeft u recht op vergoeding van eventuele kosten die u heeft gemaakt om het gevonden voorwerp te bewaren. Wanneer u als eerlijke vinder aan uw verplichtingen heeft voldaan, kunt u aanspraak maken op een redelijk vindersloon.  Wat precies redelijk is hangt onder andere af van het goed dat u heeft gevonden. Er wordt wel gezegd dat een vergoeding gelijk aan 10% van de waarde van het gevonden goed een redelijk vindersloon is.

Ga dus vooral tijdens de mooie dagen naar het strand. Wellicht vindt u daar mooie voorwerpen en mag u zichzelf over een jaar de nieuwe eigenaar noemen, maar geniet vooral van de zomer!


COLUMN MEI – MET DE HELE BUURT AAN DE BARBECUE, OF TOCH NIET?

Wellicht organiseert u samen met de buren in de straat al jaren ieder voorjaar of zomer een buurtbarbecue met alles erop en eraan. Lekker eten en drinken, gezellige mensen en een beetje muziek om de boel af te sluiten. Het klinkt allemaal erg gezellig, maar houdt er rekening mee dat er mogelijk haken en ogen zitten aan het organiseren van een dergelijk evenement.

In veel gemeenten wordt onder een evenement verstaan “een publiek toegankelijke verrichting van vermaak”. Het gaat dan ook veelal om festiviteiten die, al dan niet gratis, voor publiek toegankelijk zijn. Het vieren van uw verjaardag in de eigen achtertuin voor een besloten gezelschap valt hier aldus niet onder. Zelfs niet als een bekende DJ op uw verjaardagsfeestje de muziek verzorgt. Een buurtbarbecue of wijkfeest is daarentegen vaak wel vrij toegankelijk voor bezoekers en vindt veelal plaats op straat of het speeltuintje van de wijk.

Voor het organiseren van een evenement op de openbare weg is in beginsel toestemming van de burgemeester van uw gemeente vereist. Dit houdt in dat u voor het houden van een evenement in principe een vergunning dient aan te vragen. Deze vergunning kan door de burgemeester worden geweigerd wanneer bijvoorbeeld wordt verwacht dat het evenement dermate geluidsoverlast zal veroorzaken waardoor omwonenden onaanvaardbaar hinder zullen ondervinden. 

Voor het organiseren van een klein evenement zal vaak geen vergunning nodig zijn wanneer het evenement voldoet aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden verschillen per gemeente en zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente. Over het algemeen is er geen vergunningplicht voor het organiseren van een buurtbarbecue of wijkfeest waar niet meer dan 100 tot 150 personen worden verwacht, dat niet meer dan één of twee straten in beslag neemt, het evenement geen belemmering vormt voor het overige verkeer en hulpdiensten en waarbij na 23:00 uur geen muziek meer wordt afgespeeld.

Voldoet uw buurtbarbecue aan de voorwaarden zoals gesteld in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente, dan heeft u geen toestemming van de burgemeester nodig. Dat de buurtbarbecue of het wijkfeest niet vergunningplichtig is, betekent echter niet dat daarmee de kous af is. Veelal dient van het organiseren van een klein evenement wel melding te worden gemaakt bij uw gemeente. De termijn voor het aanmelden van de festiviteiten zijn per gemeente verschillend en variëren tussen een aantal dagen tot een aantal weken van te voren. De exacte termijnen zijn ook weer terug te vinden in de regelgeving en het beleid van uw gemeente.

Bent u van plan om ook dit jaar weer gezellig met de buren een feestje te geven? Kijk voor de zekerheid in de Algemene Plaatselijke Verordening van uw gemeente en op de gemeentelijke website om te controleren of u kunt volstaan met het slechts het melden van de buurtbarbecue bij de gemeente of dat u een evenementenvergunning dient aan te vragen. Het zou natuurlijk zonde zijn als uw jaarlijkse barbecue met de buren niet door kan gaan omdat het evenement niet voldoet aan de gestelde eisen.


COLUMN APRIL – OVERLAST VAN DE BOMEN VAN DE BUREN

Voorjaar! De bloembollen komen langzaam uit en de eerste lammetjes lopen alweer in de wei. De zon schijnt weer door de bomen in uw tuin, of toch niet? We kennen het allemaal wel, een boom die net iets te dicht op de erfgrens staat of die net iets te groot is, waardoor overhangende takken en bladeren het zonlicht in uw tuin wegnemen. Helaas zijn bomen een veel voorkomende irritatie met burenruzies tot gevolg. Maar wat zijn in deze nou eigenlijk uw rechten en plichten?

Op grond van artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek dienen bomen minimaal twee meter vanaf de erfgrens te staan, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom. Voor heggen en heesters geldt dat deze tenminste een halve meter van de erfgrens dienen te staan. Uitzonderingen zijn hierop mogelijk. Bijvoorbeeld dat de eigenaar van het aangrenzende perceel toestemming heeft gegeven voor een kleinere afstand, of dat ingevolge een gemeentelijke verordening of plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegestaan. Wanneer een boom of heg te dicht op de erfgrens is geplaatst, is de situatie van aanvang af al onrechtmatig. Vanaf dat moment kunt u uw buren vragen de onrechtmatige situatie op te heffen. De buren zijn echter pas een schadevergoeding verschuldigd voor de schade ontstaan na het tijdstip waarop zij zijn aangemaand om de onrechtmatige situatie op te heffen.

In sommige situaties kunnen hoge bomen leiden tot het onthouden van licht en kunnen daarmee hinder veroorzaken. Of deze hinder ook onrechtmatig is, is afhankelijk van de ernst en de duur daarvan en van de daardoor veroorzaakte schade in verband met de overige omstandigheden in het geval. Hierbij spelen ook de mogelijkheid en bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen een rol. Bovendien heeft men enige hinder van de buren soms te dulden.

Anders is dat met overhangende takken en bladeren. In dat geval bepaalt artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek dat indien sprake is van overhangende beplanting u deze zelf mag verwijderen, mits u eerst de buren in de gelegenheid heeft gesteld om de beplanting zelf te verwijderen. Door de aanmaning stelt u de buren niet alleen in de gelegenheid om het overhangende deel te verwijderen, maar ook om de boom in zijn geheel op verantwoorde wijze te laten snoeien. Gaan de buren niet over tot verwijdering van de overhangende beplanting, dan kunt u dit zelf doen. Hiervoor is niet vereist dat u hinder ondervindt van de overhangende beplanting. Indien u zelf over gaat tot verwijdering van de overhangende takken en bladeren, dient u wel rekening te houden met de belangen van de buren. Zo is het niet toegestaan de boom verder te snoeien dan noodzakelijk of de boom schade toe te brengen.

Heeft u last van overhangende takken en bladeren of een boom die te dicht op de erfgrens staat? Ga dan eerst het gesprek aan met uw buren, alvorens u zelf over gaat tot verwijdering van de beplanting. Zo voorkomt u mogelijk een vervelende burenruzie.