Column Piet Bogaart | Psycholoog

COLUMN MAART | KANSEN SCHEPPEN

Dat was ook de titel van mijn eerste column drie jaar geleden in de eerste uitgave van De Kanaalgraver. Na 36 columns wil ik met deze titel mijn serie columns ook weer afronden. Ik schep daarmee weer nieuwe kansen voor mezelf en voor anderen.

Ik hoop dat u als lezer de columns nuttig, plezierig, leerzaam of herkenbaar hebt gevonden. Want dat was mijn bedoeling. Van veel lezers weet ik dat, maar van heel veel lezers niet. Zo gaat dat met columns. Je oog moet er maar net op vallen of de inhoud moet je maar net aanspreken. Soms sprak het u bijzonder aan en nam u contact met me op. ‘Contact opnemen’ zijn we meestal niet gewend, want “Dat doe je niet” of “Wat zou die ander daarvan vinden?” Het zijn vaak gedachten en vooronderstellingen die ons van actie weerhouden en daarmee van nieuwe kansen.

‘Kansen scheppen’ was het thema dat als een rode draad door de columns heen liep. Ik schetste in de eerste column de totstandkoming van het Noordzeekanaal, dat vanuit een visie achter de tekentafel daarna met veel bloed, zweet en tranen toch tot stand kwam. Alles zat tegen en het concept was eigenlijk haast niet te verwezenlijken. Geld was er niet genoeg en toch won de missie, de passie, de wil het van alle belemmeringen die er waren.

Inderdaad de missie en de passie, want niet alleen wilskracht brengt iets tot stand. Je kan nog zoveel willen, maar daarom doe je het nog niet. Het begint met bewustwording, wakker laten worden wat diep in je als droom en verlangen in je op komt of wat al heel lang in je leeft. Laten opkomen wat aanvoelt als de juiste richting. Daarna komen de belemmeringen vanzelf. Daar kan je een hele lange lijst van maken. De moed zakt vanzelf weer in je schoenen. En dan gaat het om de vraag: Wat weerhoudt me ten diepste van mijn droom, mijn passie, mijn missie? Wat belemmert me echt en wat zou ik daar aan willen en kunnen doen. Er is één troost: het begint met kleine stappen. Bijvoorbeeld om met situaties of mensen in contact te komen, die je informatie kunnen geven of verder kunnen motiveren of adviseren zonder dat je nog iets hoeft te doen. Dat kan inzicht opleveren over hoe je iets zou kunnen aanpakken; en hoe je dat met andere betrokkenen zou kunnen bespreken; het zou je de richting kunnen wijzen wat je zou kunnen leren waarvan je denkt dat je dat niet zou kunnen of waarvan je denkt dat dat voor jou niet is weggelegd. En dan is het stappen maken, zoals het Noordzeekanaal eerst gegraven moest worden voordat het feestelijk geopend kon worden. Door actie te ondernemen houd je je verlangen warm en je missie levend.

Uiteindelijk gaat het om wat je van binnenuit energie en voldoening geeft, wat je zinvol vindt, waar je in jouw leven met tevredenheid op terug wilt kijken en waar anderen misschien dankbaar voor zijn.

Kansen scheppen? Ik wens het je van harte toe.

Piet Bogaart Coaching en Consultancy

www.bogaart.nl | 0255 518406 


COLUMN FEBRUARI | ONDERHANDELEN

Wat doe je als jij naar een tropisch eiland wil en hij naar IJsland? Wat doe je als jij precies iets anders wil dan je vriend of partner? Welke middelen, vaardigheden of trucs heb je in huis om je doelen, wensen of belangen voor elkaar te krijgen? Het zou interessant zijn om die op een rijtje te zien. Daar zullen effectieve middelen bij kunnen zitten en ook gemene trucs, waarbij je op korte termijn misschien aan je trekken komt, maar op langere termijn het nakijken hebt.

In gesprekken vraag ik soms aan mensen welke van de drie volgende vaardigheden hen in het algemeen het beste afgaat als zij bij tegengestelde wensen of belangen hun doelen willen bereiken: samenwerken, onderhandelen of vechten? Ze geven meestal als antwoord dat samenwerken voorop staat, daarna vechten en ten slotte onderhandelen. Wij willen wel samenwerken om onze doelen te bereiken, maar als dat niet lukt, zijn we geneigd te gaan vechten. We gaan dan bij tegenspel steeds sterker op onze strepen staan om op die manier onze belangen af te dwingen. De vaardigheid van onderhandelen is ons onbekend. Dat gebeurt door politici en in bedrijven vinden we. Maar bij tegengestelde doelen, belangen of wensen is het inzicht in en de vaardigheid van onderhandelen een kansrijke mogelijkheid.

Er zijn vier aandachtspunten, die bij onderhandelen een rol spelen, waardoor je – wanneer je ze alle vier samen aandacht geeft – een effectieve onderhandelaar kunt zijn. Om te beginnen zijn we niet geneigd om meer te vragen dan we willen. Dat doe je niet. Dat is niet fatsoenlijk, vinden we. Maar door wat meer te vragen dan wat je voor ogen staat, schep je wisselgeld en ruimte om wat toe te geven aan een ander, als die ander niet helemaal aan je belangen tegemoet wil of kan komen.

Daarnaast moet een ander voelen dat het belangrijk voor je is, wat je vraagt en dat je daar voor gaat. En dan – ten derde – altijd met een vriendelijke aanpak en in een goede sfeer. Wie de persoonlijke aanval kiest, verliest bij voorbaat de strijd. De andere partij zal namelijk meteen de hakken in het zand zetten en zwaar afweergeschut in stelling brengen. Nee, ook al ben je of word je het niet met elkaar eens, je respecteert elkaar wel.

Maar de belangrijkste misser bij zulke gesprekken is dat we niet of te weinig vragen wat voor die ander belangrijk is. We denken dat we daardoor onze eigen belangen schaden. Maar geïnteresseerd vragen, wil nog niet zeggen dat je het er mee eens hoeft te zijn. Het effect is wel dat een ander daarna meer open gaat staan voor wat voor jou belangrijk is. Iemand wil eerst begrepen worden voordat hij zich openstelt voor de belangen van een ander. Het zorgt er in ieder geval voor dat de sfeer van mogelijke spanning of strijd verandert in een dialoog, waarbij de weg openligt voor creatieve oplossingen en compromissen.

Wat zal het worden: een tropisch eiland of toch IJsland ? Ik hou het op het eerste.


COLUMN JANUARI |Wie ben ik ?

In de gesprekken, die ik als coach met mensen heb, gaat het uiteindelijk om die vraag. Je had altijd energie en opeens kan je niet meer. Je wilt eigenlijk stoppen met je relatie, maar je durft het niet. Je hebt kinderen of  kleinkinderen waar je je zorgen over maakt en je weet niet hoe je ze moet benaderen. Je zoekt werk en je weet niet wat je wilt. Je bent iedere dag angstig en daar wil je van af. Je bent ondernemer en je moet overleven. Allemaal situaties waarbij je jezelf tegenkomt. Ik zeg altijd: ‘In het dal leer je jezelf het beste kennen, want juist als je het niet meer weet, zoek je het zelf niet meer uit en leg je het eens voor aan een ander’. Door gesprekken kom je er opeens achter waar je uit balans bent geraakt en hoe je anders met jezelf en anderen om kunt gaan. Een mens zit vaak ingewikkeld in elkaar. Maar er is hoop.

Ik zelf ging ook op zoek. Na mijn opleiding aan de universiteit – gespecialiseerd in het begeleiden van veranderingsprocessen bij mensen – volgde ik allerlei interessante trainingen. Onder andere een training in Amerika, waar ik 5 weken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat mezelf nog beter kon leren kennen. Een training, waarbij je je gevoelens kon uiten om zo te leren, wie je was. Absoluut leerzaam om bij jezelf toe te laten welke gevoelens allemaal in je zitten. Maar het bracht ook verwarring, want wat moet je met al die gevoelens en kloppen die wel? En welke volgorde zit daar in?

Daarna maakte ik kennis met onderzoeken in de psychologie, die lieten zien, dat onze gedachten en onjuiste vooronderstellingen vaak de oorzaak zijn van onze onprettige gevoelens. Door onze opvoeding en onze ervaringen, is onze kijk op de werkelijkheid, op onszelf en anderen vaak eenzijdig en vertekend, waardoor we onszelf en anderen te kort doen. Als je dus je gevoelens wilt veranderen, zul je anders moeten gaan denken en waarnemen. Het bijstellen of loslaten van onze eenzijdige kijk kan nieuwe werelden openen.

Maar ik ontdekte vooral dat ieder mens heel veel mogelijkheden in zich heeft, als hij zich maar bewust wil zijn van wat hij wil en daar zijn verantwoordelijkheid voor wil nemen. De moeilijkheid is dat we geneigd zijn ons te voegen naar wat anderen of de omstandigheden van ons vragen. We laten ons dan niet bepalen door wat wij zelf willen, maar door wat van ons verwacht wordt. Daar een goede balans in vinden is erg belangrijk. Mensen gebruiken daarvoor vaak een coach als klankbord, als spiegel, als iemand die je begrijpt om zo je eigen gedachten en gevoelens, je persoonlijke kracht te onderzoeken. Dat geeft inzicht en creëert oplossingen. Misschien een gedachte. Ja, wie ben je eigenlijk en vooral wat wil je, hoe pak je dat aan en wat heb je daar voor over? Een boeiende uitdaging in het nieuwe jaar. Je bent welkom.

Piet Bogaart Coaching en Consultancy

www.bogaart.nl | 0255 518406 


COLUMN DECEMBER | VERLANGEN

Vol verlangen zien kinderen deze tijd weer uit naar Sinterklaas. Reikhalzend staan ze bij de intocht met hun vader en moeder of opa en oma langs de weg om een glimp van de goed heiligman op te vangen. En wanneer de Sint dichterbij is gekomen, klopt hun hart van spanning en bewondering. Want je hebt je schoen gezet en de cadeautjes die je zo graag wilt hebben, zou je van de Sint kunnen krijgen. Daarom heb je ze ook op je verlanglijstje gezet. Hij weet het.

En als het dan zover is, dat de pakjes eindelijk mogen worden uitgepakt, weet je niet hoe snel je de verpakking eraf moet scheuren om dat ene cadeautje te vinden waar je zo naar verlangde. Dat ene cadeautje. Of misschien wel een paar. Welke zijn het?

Als volwassene maken we geen verlanglijstje meer, maar we hebben wel verlangens. Welke zijn dat eigenlijk? En hoe krijg je die gerealiseerd? De korte termijn verlangens kennen we wel. De invulling daarvan kunnen zeker geluk geven, maar de duurzaamheid is vaak beperkt. Maar de verlangens die daarachter zitten blijven vaak als een rode draad onderliggend meespelen: Behoefte aan waardering, genegenheid, aandacht, gezien of gehoord willen worden, respect willen krijgen, erbij willen horen, om er maar een paar te noemen. Ons verlangen om ze vervuld te krijgen stranden vaak op niet geslaagde pogingen of op onbeantwoorde verwachtingen. Het lijkt alsof we hopen dat er ooit een sinterklaas komt die daarvoor zal zorgen.

Maar sinterklaas gaat mooi voorbij en je hebt het nakijken. Teleurstelling en verdriet zijn vaak de gevoelens die achterblijven. Maar is er dan geen enkele sinterklaas die je dat wilt geven? Ja die is er. En dat ben je zelf.

Hoe meer je de invulling van je verlangens niet van een ander afhankelijk laat zijn, maar jezelf gaat waarderen voor wat je betekent, doet of gedaan hebt; wanneer je niet meer hoopvol uitkijkt naar een schouderklopje maar tevreden bent met wat jezelf naar beste vermogen, naar eer en geweten of uit liefde hebt gegeven, ben je je eigen enige echte sinterklaas. Als je hunkerend verlangt naar genegenheid, maar je kan niet van jezelf houden, kan het wachten op de sint erg lang duren.

En het verrassende van deze zelfwaardering, dat zelf respect, dat houden van jezelf is, dat je daarmee ook anderen kan geven wat je zelf als goed ervaart. Je wordt een sinterklaas voor anderen.

En helemaal verrassend is, dat je dat driedubbel terugkrijgt, omdat die anderen zo kunnen waarderen wat jij geeft; omdat je bij hen stil stond met een hartelijk meeleven, een welgemeend begrip, een persoonlijke attentie; omdat een ander voelt dat je om hem of haar geeft. Opeens is het weer pakjesavond geworden. Maar niet omdat jij zit te wachten op een pieterman die pepernoten begint te strooien of een zak met cadeautjes komt neerzetten, maar omdat jij uit je hart gegeven hebt waar een ander zo naar verlangde.

Wat verlang je nog meer?


COLUMN NOVEMBER BEELDVORMING

Boeiende geschiedenislessen kregen we vroeger op de ‘lagere school’. We leerden hoe fantastisch de veroveringen op ‘onze’ kolonies waren, waarbij Piet Hein en zijn vloot de grote helden waren. Hoeveel rijkdom hadden ze ons wel niet gebracht?  

En natuurlijk kregen we ook godsdienstles, waarbij ons eigen geloof het beste was. Anderen waren behoorlijk verkeerd bezig. Bij ons in de straat was de een katholiek, anderen protestant en die weer communist; om maar niet te spreken over die helemaal “niks” waren. Bij welke groepering je ook hoorde: die anderen hadden het aan het verkeerde end. En als kind nam je dat – zeker in een verzuilde maatschappij – blindelings aan.

Andere tijden natuurlijk, maar nog steeds actueel. Informatie die we ontvangen is altijd bewust of onbewust geselecteerde informatie. Het wordt altijd – hoe goed bedoeld ook – vanuit een bepaald en dus beperkt gezichtspunt overgebracht. Zonder het goed te beseffen geloof je al snel in halve waarheden. Vaak worden we ook bewust op het verkeerde been gezet. Een goede manier om mensen van onwaarheden te overtuigen is bij voorbeeld frequente herhaling. Want bekendheid is namelijk niet goed van waarheid te onderscheiden. Ook autoritaire leiders maken graag gebruik van constant eenzijdige informatie door in hun eigen voordeel onvolledige negatieve beelden over anderen te ventileren.

Hoe bewust zijn we ons dat onze eigen verworven overtuigingen vaak eenzijdige waarheden of dogma’s kunnen zijn ? En in hoeverre zijn we ons bewust dat eenmaal gemaakte beelden over andere groeperingen door eenzijdige of onvolledige informatie werd en wordt ingegeven? Hoe kritisch willen we daar naar kijken ter wille van wederzijds begrip en een betere verstandhouding ?

Het begint met interesse; met onbevooroordeeld willen achterhalen wat onszelf en andere mensen beweegt en bewoog om ergens in te geloven. Of nader willen onderzoeken en kennisnemen van het ontstaan en de geschiedenis van bepaalde denkrichtingen, culturen, maatschappij-  of geloofsopvattingen. Wat speelde er toen? Wat waren de omstandigheden, waardoor een bepaald geloof of een bepaalde maatschappij opvatting ontstond? Wat werd in feite bedoeld met de teksten die zijn doorgegeven? Wat is achterhaald vanwege vondsten en nieuwe inzichten? Wat is de kern van de boodschap, die ook vandaag nog wijsheid is?

Interesse in hoe iets tot stand is gekomen in de geschiedenis van onszelf en van anderen geeft voortschrijdend inzicht en stimuleert elkaar tot solidariteit in plaats van blindelings uit te gaan van onze eigen verzamelde of door anderen doorgegeven informatie.

Misschien dat we dan niet zo snel vervallen in wat een oudkatholieke bisschop mij een tijd geleden vertelde, toen we het over de gevolgen van vaste overtuigingen hadden. Hij zei: “Je weet hoe het in de geschiedenis ging: Het begon met getuigen, toen werd het overtuigen en daarna werd het aftuigen “. Een mooie, maar helaas realistische uitspraak die tot op de dag van vandaag in veel gevallen een heftige realiteit is gebleken.

Uiteindelijk zal het altijd gaan om een dialoog op zoek naar wat goed is voor een betere wereld voor ons allemaal.


COLUMN OKTOBER – MOOIER KUNNEN WE HET NIET MAKEN, ZEGT DE BELASTINGDIENST

Als iemand overlijdt, hebben de nabestaanden tijd nodig om dit te verwerken en de zaken weer een beetje in beeld te hebben, echter tijd is fiscaal gezien één van de valkuilen bij de afwikkeling van een nalatenschap. Want vanaf de datum van het overlijden gaat een fiscale klok lopen. Over een verkrijging uit een nalatenschap is namelijk erfbelasting verschuldigd. Althans als de verkrijging groter is dan de vrijstelling. Binnen een paar weken krijgt een nabestaande al bericht van de belastingdienst.

De aangifte voor de erfbelasting moet gedaan worden 8 maanden na het overlijden. Deze mededeling is een beetje misleidend, want eigenlijk staat hier dat de belastingdienst rente gaat berekenen na 8 maanden. De reden hiervan is een nogal geniepige regeling in de belastingwetgeving. Voor het inrekening brengen van rente door de belastingdienst is namelijk niet de datum van betalen bepalend, maar de datum die op de aanslag staat en dan moeten daar 6 weken bijgeteld worden. Door deze toch wel bijzondere regeling kan het voorkomen dat er al, voordat de termijn van 8 maanden is verstreken, rente door de belastingdienst in rekening wordt gebracht. De zogenaamde belastingrente.

Een voorbeeld:

Uw naaste is op 1 januari overleden. De belastingdienst brengt pas rente in rekening na 1 september. Tot zover lijkt het eenvoudig te zijn.

De aangifte wordt gedaan op 15 juli. De belastingdienst legt een aanslag op met dagtekening 22 augustus. De aanslag wordt op 23 augustus voldaan. De belastingdienst brengt vervolgens toch belastingrente in rekening, want bij 22 augustus worden 6 weken geteld. Dan komen we op 3 oktober en dat is later dan 1 september, dus de belastingdienst gaat belastingrente berekenen. De belastingrente bedraagt momenteel 4%, dus dat kan behoorlijk oplopen. De termijn waarover rente wordt berekend wel is begrensd op 19 weken na ontvangst van de aangifte.

De belastingdienst stelt zelf het navolgende, bij hetzelfde voorbeeld:

Wij berekenen rente vanaf 8 maanden na het overlijden tot 6 weken na de datum van de aanslag, maar niet langer dan 19 weken na ontvangst van uw aangifte als wij niet afwijken van uw aangifte. Wij ontvangen uw aangifte op 15 maart 2017. Wij wijken niet af van uw aangifte, maar we doen er wat langer dan gebruikelijk over om uw aanslag vast te stellen. Daardoor krijgt u een aanslag erfbelasting met de datum 1 oktober 2017. Toch berekenen wij geen belastingrente, want u hebt meer dan 19 weken vóór het verstrijken van die 8 maanden aangifte gedaan. Als wij niet afwijken van uw aangifte mogen wij maximaal 19 weken belastingrente berekenen over de aanslag.”

Deze rekensom is niet bij iedereen bekend, maar het kan lonen als men meer dan 19 weken voor het verstrijken van de 8 maanden termijn de aangifte indient, dus ongeveer 3 maanden na het overlijden.


COLUMN AUGUSTUS – TEGENSLAG

Vol bewondering volg ik en spreek ik al jaren mensen, die op een voorbeeldige manier omgaan met een ingrijpende ziekte of heftige tegenslag. Waar halen zij hun kracht en energie vandaan om door te gaan? Hoe kunnen ze zelfs nog meer genieten van het leven dan dat zij daarvoor deden? Is dat wilskracht? Zijn dat bepaalde overtuigingen of ervaringen? Zit dat in hun karakter? Wat is hun geheim of waar komt het eigenlijk op neer, wanneer jezelf onverhoopt tegenslagen moet incasseren of te maken krijgt met lichamelijk of psychisch leed ?

Nieuwe zienswijzen uit de cognitieve gedragstherapie geven op grond van onderzoek een aantal leerzame resultaten. Zo is het een opvallende bevrijding wanneer je vrede sluit met de realiteit die je moet ondergaan in plaats van er mee in gevecht te gaan. Je accepteert de huidige situatie en verspilt geen energie in wat je niet kan veranderen. Je gaat niet in een gevecht met waar je geen invloed op uit kan oefenen. Je duwt het ook niet weg: het is er. Het gaat er om dat je niet bezig gaat met de vraag hoe je ervan afkomt, maar hoe je ermee omgaat en hoe je ermee verder komt.

Dat valt niet mee, want we willen oplossingen en liefst zo snel mogelijk. We denken in maakbaarheid. En tegenslag hoort daar niet bij. Maar als het over deze levenssituaties gaat, heb je te maken met een ander mechanisme en een andere werking. Bij angst verkramp je bij voorbeeld, terwijl je juist iets tegenovergestelds moet doen: ontspannen. Het gaat bij niet te beïnvloeden tegenslag om de bereidheid en durf om je ervaringen toe te laten en te beleven in plaats vanuit je automatische piloot dat wat je ervaart te ontwijken. Het gaat om bewustwording van wat er met je gebeurt, niet veroordelend en negatief, maar vriendelijk en aandachtig naar jezelf, zoals je een ziek kind zou omarmen. Dat geeft ruimte.

En daarnaast is het inzicht belangrijk dat je niet alles moet geloven wat je gedachten je voorschotelen. We kunnen vanuit ons observerende-zelf afstand nemen. Leer naar je gedachten te kijken als naar een film in plaats van je automatisch te laten beïnvloeden en te laten gijzelen vanuit je vaak negatieve gedachten over je situatie. Selecteer wat realistisch is.

Uiteindelijk gaat het om de weg vrij te maken voor nieuwe ervaringen, voor relativering en besef waar het eigenlijk allemaal om gaat. Ook al moet je je verwachtingen bijstellen, je kunt voor nieuwe doelen gaan die energie en voldoening geven, zoals bij voorbeeld gaan doen wat je altijd al wilde of je inzetten voor de mensen van wie je houdt of misschien contact zoeken met diegenen die je al eerder meer aandacht had willen geven. Daarmee verleg je je – steeds weer terugkerende  – gedachten over wat je niet meer hebt of kunt naar dagelijks waardevolle ervaringen. Je probeert je daarop te focussen en daarvan te genieten.

Tegenslag? Een keiharde werkelijkheid en uitdaging tegelijk.


COLUMN JULI – WAARDEVOL

Iemand die zonder aarzeling in het ijskoude water springt om een kind te redden; iemand die je verloren portemonnee met veel geld en belangrijke gegevens ongeschonden bij je terugbrengt; iemand die ruiterlijk toegeeft dat hij spijt heeft, wat hij jou heeft aangedaan; iemand die je niet liet vallen toen het er op aan kwam: het zijn allemaal situaties en mensen die in je geheugen gegrift blijven. Ze raken je omdat ze te maken hebben met dieperliggende waarden of principes waarvan je diep in je hart weet dat ze goed zijn.

Wat je ook wilt bereiken in je leven, welke passie je ook hebt, welke talenten je ook bezit om je doelen te realiseren, als ze geen verbinding hebben met die dieperliggende waarden, mis je een wezenlijk element. Je kunt een gevierde zakenman of zakenvrouw zijn, maar wanneer je je geld op een oneerlijke manier hebt verdiend, kleeft er een smet aan. Een joviale man of vrouw die de lachers op de hand heeft maar intussen zijn partner ontrouw is, wordt heimelijk onbetrouwbaar gevonden. Een verdachte die ontkent dat hij een ander iets heeft aangedaan vinden we een lafaard, die bestraft moet worden. Een werkgever of collega, die je liet vallen voor z’n eigen belang, heeft je vertrouwen verloren.

Moed, respect, eerlijkheid, vertrouwen, rechtvaardigheid en solidariteit zijn waarden, die door alle eeuwen heen voor alle mensen op deze wereld gelden ongeacht cultuur, levens- of geloofsopvatting. Mensen voelen dat intuïtief aan. Er is niet mee te marchanderen. Eerlijk is eerlijk; respect is respect, rechtvaardig is rechtvaardig, steeds weer zorgvuldig en gewetensvol afgewogen en toegepast in iedere specifieke situatie.

Enkele weken geleden werd bij mij aan de deur gebeld: “Mijnheer, uw auto is aan de zijkant in elkaar gereden”. De dader (man of vrouw) was gevlogen. In een flits moet hij of zij gedacht hebben: ‘Dit kost mij geld: wegwezen’. In een flits wist hij of zij ook: ‘Dit is niet eerlijk’.

Beiden gebeuren inderdaad in een flits. We weten dat we niet goed zitten, maar gaan er toch vandoor. Om het mooi te zeggen: We verbreken het contact met onze dieper liggende waarden. We volgen de dictatuur van onze primaire gevoelens en eigen belang in plaats van ons gedrag af te stemmen op die tijdloze waarden, die diep intuïtief een beroep op ons doen.

Die afstemming ontstaat met vallen en opstaan en vaak na schade en schande, maar je kunt voor bepaalde waarden definitief van binnenuit kiezen, zodat ze een leidraad, een kompas voor je zijn en zeker op de kritieke momenten direct in de schijnwerpers staan. Als briljanten, die je niet uit handen geeft. Daar kan geen flits tegen op. Het is een weloverwogen keuze voor wat waardevol en zinvol is. Daar neem je je verantwoordelijkheid voor.

En mocht het niet lukken ze consequent vast te houden en toe te passen, denk dan aan die situaties en mensen, die in je geheugen gegrift staan. Ze zijn misschien een inspiratie hetzelfde te doen.


COLUMN JUNI – DILEMMA  

Op een goede manier zeggen wat je op je hart hebt tegen mensen, die je niet wilt verliezen is een moeilijke opgave. Sommige dingen zitten je hoog; het raakt je; het houdt je bezig. Maar ja: hoe zeg je het?

Je wilt ruzie voorkomen, maar als je niets zegt dan krop je het op met het voorspelbare gevaar dat je het er na een paar wijntjes toch uitgooit. Je kunt ook alle moed verzamelen en het recht voor z’n raap zeggen en je pakt de telefoon. Ook gevaarlijk. Je weet niet waar die ander op dat moment mee bezig is. Misschien heeft hij of zij wel kiespijn. En bovendien: je ziet elkaar niet. Wat dan? Een gesprek. Maar hoe doe je dat, zodat het voor beiden goed afloopt? Daar is veel onderzoek naar gedaan. Het lijkt heel eenvoudig maar doe het maar eens, als je iets op je hart hebt.

Het begin is verrassend. Want het eerste wat je moet doen is bij jezelf nagaan wat dat nou precies is wat je op je hart hebt. Want dat kan nog wel eens te maken hebben met een vooronderstelling, een vooroordeel of een misverstand. Je kan het mis hebben. Het kan jouw gekleurde kijk zijn of misschien ben je wel vaker wantrouwend of heb je het verkeerd begrepen. Dan zegt het meer iets over jou dan over die ander. Dat werkt averechts.

Een tweede valkuil is aanvallen: “Jij altijd!” Je gaat zeggen wat er aan die ander mis is. Een foute strategie. Nee, het moet gaan over je eigen gevoelens zonder aan te vallen. Daarom is het zo belangrijk om van te voren je doel vast te stellen: wil je je gram halen of wil je zeggen dat je iets moeilijk vond waar je even over wilt praten om zo de relatie weer te herstellen.

Je zou kunnen beginnen met de vraag hoe het nou precies ging of zat, zonder al een conclusie getrokken te hebben. Maar als je meteen tot de kern van de zaak wilt komen, maak dan gebruik van de bekende communicatieregel: vertel heel concreet wat je hoorde of wat je zag zonder een eigen interpretatie of oordeel en zeg daarna heel concreet welk gevoel dat bij je opriep. “Toen je dit of dat deed of zei, voelde ik me zus of zo. Daar voelde ik me niet goed bij. Kan je je dat voorstellen? Of heb ik dat verkeerd begrepen? “

Ga er niet van uit dat die ander het met je eens is. Dat zou alleen maar meegenomen zijn. Luister naar en erken de reactie van de ander, ook al ben je het er niet mee eens. Streef naar wederzijds begrip, niet per se naar wederzijdse overeenstemming.

De uiteindelijke winst is in ieder geval openheid van jezelf om het contact te verstevigen. Er is moed voor nodig en wijsheid. Maar wat je op je hart hebt, kan je op zo’n manier uit je hart laten komen. Het zal je goed doen.


COLUMN MEI – STIL VERDRIET

Ga maar naar de hoeken van de straten van een stad of van een dorp en vraag het aan de mensen: wat is het ergste wat je kan overkomen? Ze zullen zeggen: het verliezen van een kind.

En tussen het bruisende nieuws van iedere dag lezen we de schokkende werkelijkheid: ‘kind dood’ door een noodlottig ongeval, een brute moord, door een slopende ziekte of tijdens een geboorte, waar zo intens verlangend naar was uitgezien. Leven in de bloei gesnoeid; leven in de knop gebroken. En terwijl het ene nieuws het andere al weer tot verleden maakt, blijft het leed voor de ouders en direct betrokkenen iedere minuut zijn actualiteit behouden. Geen minuut uit hun gedachten, geen moment uit hun hart. Verdoofd door die onverwachte slag. Ontreddering, verkramping, immens verdriet maken het haast onmogelijk om opnieuw contact te maken met natuurlijke gevoelens van tederheid, aandacht of energie. Het is een plotselinge reis door een zwarte tunnel van uitzichtloosheid, heen en weer geslingerd door tegenstrijdige gedachten:’Het kan niet waar zijn, het is waar; het kan niet waar zijn, het is waar.’ Hoe kan een mens verdragen wat ondraaglijk is?

Misschien kom je ze ook tegen: die vrouwen en mannen, die hun leven met moeite weer proberen te hernemen, die naast het blijvend gevoel van het gemis van hun kind hun leven weer draagbaar proberen te maken door het toelaten en uiten van hun gevoelens, door hun dierbaren levend te houden met een  kaarsje dat brandt bij hun foto, door de bloemen bij het graf, door het noemen van hun naam. Zij hebben de kwetsbaarheid, broosheid en kostbaarheid van het leven ervaren. Zij zijn in aanraking gekomen met tal van heftige gevoelens, die afwisselend – vaak in eenzaamheid beleefd – door elkaar aanwezig kunnen zijn: verdriet, machteloosheid, woede, onvermogen, het onnatuurlijke gevoel je kind te moeten overleven. Met steeds als basaal gevoel: de pijn van het gemis.

Terwijl de glans van het leven is verdwenen en het gevoel ‘nooit meer compleet te zijn’ voortduurt, trachten zij – ieder op hun eigen wijze – hun leven leefbaar te maken en proberen zij te leren aanvaarden  – hoe moeilijk het ook is – dat het verlies een realiteit is en tegelijkertijd te voelen dat hun kind blijft voortbestaan in liefdevolle herinneringen, beelden en gevoelde aanwezigheid. En zo krijgt het leven langzaam weer een mogelijkheid om geleefd te worden.

Sterkte en kracht komt hen toe in hun dappere zoeken naar een nieuwe balans in hun leven, en een warm gevoel van medeleven en hartelijkheid. Het geldt voor al die moeders en vaders in de stilte van een dorp, in de winkelstraten van een stad, in de nabijheid van ons huis. Ze vragen geen aandacht. Het is stil verdriet. Want het verliezen van een kind is het ergste wat je kan overkomen.


COLUMN APRIL – ISOLEMENT

Er zitten veel – vaak alleenstaande en oudere – mensen in een isolement, waar we vaak geen weet van hebben, omdat zij zich stil houden en meestal niet de moed hebben om van zich te laten horen. Ze willen anderen niet belasten, willen ook niet van anderen afhankelijk zijn of vinden het moeilijk om zich kwetsbaar op te stellen; maar ze zitten wel met allerlei problemen van praktische en psychologische aard, waar ze iedere dag mee te maken hebben. Ze zitten in een patstelling, een impasse, een isolement.  

Hoe ouder je wordt hoe meer dierbare mensen wegvallen. Mensen waarvan je zielsveel hield. En juist als ze er niet meer zijn, voel je pas hoe diep verbonden je was. Je hebt een diep gevoel van verlies en verdriet. Je wordt op jezelf teruggegooid. Vaak is het nog moeilijker wanneer je naast je verdriet ook nog spanningen hebt met je kinderen of kleinkinderen. Dat maakt je nog meer verdrietig en machteloos, want je weet niet hoe je daar mee om moet gaan. Je zegt maar niks meer, maar het vreet aan je.

En door dat verlies van je dierbaren slinkt vaak ook de helft van je kennissenkring. Zelf werk je ook al lang niet meer waardoor je niet alleen geen taak meer hebt, maar ook die contacten via je werk met rasse schreden achteruit gaan. Bovendien laat met de jaren je gezondheid je steeds beetje bij beetje meer in de steek. Het stapelt zich soms op met allerlei praktische belemmeringen zoals het gebrek aan vervoer, maar ook het niet geleerd hebben om met internet om te gaan breekt je op, omdat steeds meer informatie via die weg verloopt.

En wanneer je telefonisch op zoek bent naar bepaalde instanties moet je vaak kiezen tussen verschillende mogelijkheden; kom je daarna in de wachtstand en krijg je daarna een verwijzing waardoor je gratis in een doolhof terecht komt. En als je dan eindelijk iemand te pakken hebt wordt een vragenlijst op je afgevuurd, waarbij de procedure perfect moet worden afgehandeld maar alle empathie verdwenen is.

Door al deze gebeurtenissen en omstandigheden kom je uiteindelijk op een bijna onbewoond eiland terecht, waarbij je moederziel alleen zit te zijn, terwijl intussen de wereld doorgaat. Het is een groot alleen zijn en gevoel van verlatenheid. Het is een isolement.

Soms ontmoet ik mensen, die de moed hebben om hun isolement te doorbreken en heb ik gesprekken met hen. Dan luister ik naar hun verdriet, onmacht en verlangens, waardoor zij zich begrepen voelen en proberen we antwoord te vinden op de vragen: wat zou je heel graag willen, waardoor je weer een doel hebt, voldoening krijgt, je nuttig voelt of tevreden kan zijn. En wat houd je tegen om dat te bereiken?  Welke belemmeringen moeten we opheffen, ook bij jezelf ? En daarmee gaan we aan de slag.

Want tenslotte gaat het er om je regie weer in handen te nemen, je talenten te gebruiken en weer meer gelukkig te zijn. Je bent het waard.


COLUMN MAART – HOUDEN VAN

 ‘Je kunt pas van een ander houden, als je van jezelf houdt’. Een waardevolle uitspraak. Maar dat ‘van jezelf houden, is nog helemaal niet zo gemakkelijk. Sommigen vatten het wel erg simpel in hun eigen voordeel op. Zij zorgen eerst voor zichzelf en daarna krijg je even niets en daarna komen ze ook weer zelf aan de beurt. Een ander heeft het nakijken en krijgt pas een kans wanneer het hun uitkomt. Dat heeft uiteraard niets te maken met ‘houden van jezelf’, zoals het bedoeld wordt. Nee ‘houden van jezelf’ betekent eerder: van jezelf mogen zijn wie je bent; uitkomen voor wat je vindt en wat je voelt, als het er op aan komt; gaan voor wat belangrijk voor je is. Loyaal aan een ander maar trouw aan jezelf.

Dat is niet gemakkelijk, want wij mensen zijn erg gevoelig voor goedkeuring van anderen en erg bang voor afwijzing. Van jongs af aan. Daarom hebben we ons vaak veel te veel aangepast en hebben daarmee onszelf in de steek gelaten. Het is soms een lange weg om van afhankelijk onafhankelijk te worden en vanuit die onafhankelijkheid van een ander te houden. En zelfs als het wel lukt zijn we snel geneigd ons schuldig te voelen. Het is een zelfkritiek waarmee we onszelf straffen terwijl we eigenlijk een feestje moeten vieren omdat we onszelf niet in de steek lieten.

In heel speciale situaties vraagt ‘houden van jezelf’ bijzondere aandacht. Je raakt dan de balans kwijt tussen trouw aan jezelf en loyaal aan een ander. Het zijn situaties waar een ander onbedoeld zoveel opeist dat er bijna niets van jezelf overblijft. Denk aan die stille helden, die dag en nacht klaar staan voor hun dementerende partner, vader of moeder. Zij hebben alles over om die ander zo goed mogelijk te verzorgen, maar raken geheel overbelast door hun mentale, emotionele en fysieke inspanningen. Zij zijn zo begaan met de aftakeling en onmacht van die ander dat zij er zelf bijna onderdoor gaan. Met tranen in hun ogen en vooral in hun hart gaan ze tot het uiterste. Helden zijn het. Mensen met het hart op de goede plaats. Een standbeeld verdienen zij.

De zorg overlaten aan anderen is voor hen moeilijk, omdat het gevoeld wordt alsof je die ander van wie je houdt of om wie je geeft in de steek laat. Het is een strijd waarbij je het leed van een ander zo veel mogelijk wilt beperken. Onbewust voelt het aan als een niet te aanvaarden rouwproces dat je tegen wilt houden maar waar je met lege handen staat dan alleen met jouw warme aanwezigheid.

Houden van jezelf bestaat dan in het toelaten dat je soms moet accepteren dat je machteloos bent en dat je alleen maar mag hopen dat die ander zo min mogelijk ongelukkig is. De zorg zal dan vaak door anderen moeten worden overgenomen in het besef dat je alles hebt gedaan wat mogelijk was.